Categoriearchief: Natuur en milieu

Natuurlijk waterdicht maken

Verhardende olie & vormt in contact met zuurstof door polymerisatie stabiele, waterdichte films. Een lavabo of wastafel die in leem – klei wordt gemodelleerd kan met 2 behandelingen waterdicht & gemaakt worden. Enkele veelgebruikte drogende oliën zijn walnotenolie, tungolie1, maanzaadolie, perillaolie2 en lijnzaadolie3. (Ze worden o.a. gebruikt in olieverf en sommige lakken.)

Een (verhardende of) drogende olie zal door blootstelling aan lucht uitharden tot een taaie, vaste film. De verharding is een chemische reactie waarin de componenten verknopen (polymeriseren) door de inwerking van zuurstof (niet door verdamping van water of andere oplosmiddelen ). De film wordt zwaarder naarmate hij zuurstof absorbeert. Lijnzaadolie vb. + 17%.  Daarna neemt het gewicht van de film af naarmate vluchtige verbindingen verdampen.

Laat doeken, papier en werkkleren die in olie gedrenkt zijn, open gespreid en in openlucht opdrogen om het risico op zelfontbranding door de vrijkomende warmte van het oxidatieproces te vermijden.

1 Chinese houtolie: uit de zaden van de Tungboom (Vernicia fordii) gebruikt voor het beschermen en afwerken van houten voorwerpen en schepen, en als brandstof voor lampen.

2 Uit de eetbare zaden van de Koreaanse Shiso (Perilla frutescens), gebruikt in verf, inkt, linoleum.

3 zie stopverf lijn(zaad)olie

Er zijn nog meer technieken om op een natuurlijke manier waterdicht te maken. Je vindt ze op de website ’t Overleven, op in het boek (20 verwijzingen via Trefwoord).

vijver, dam (biofolie)

textiel: zeil, yurt, doek, wol

mortel, cement

graszodendak

aardewerk (waterglas, email, melk)

schoeisel (berkenpek)

pleisterwerk, tadelakt

buizendichting (kemp)

houten vaten

De goudjakhals is op komst

De goudjakhals of gewone jakhals (Canis aureus, regionaal ook goudwolf of rietwolf genoemd), is een hondachtige (Canis) concurrent voor wolven en vossen; een soort slanke mini-wolf, met kortere poten en een formaat tussen deze collega’s.

Zijn leefgebied loopt over het Arabisch Schiereiland, Klein-Azië, het Indisch subcontinent en Sri Lanka, Bulgarije, Griekenland, Roemenië, Italië. Hij zwerft tot in Duitsland en Denemarken, en werd (2016-2020) al minstens 3 x op wildcamera’s betrapt in Nederland. En wordt verwacht in België. Hij verblijft in open gebieden, en langs dorpen en kleine steden, waar veel afval te vinden is.

De goudjakhals heeft een kop-romplengte van 65 tot 105 cm. Zijn altijd omlaag hangende staart meet 18 tot 27 centimeter, de schouderhoogte is ongeveer vijftig cm. Hij weegt 6 tot 15 kg, en de vrouwtjes zijn meestal kleiner dan mannetjes.

Zijn dichte vacht verschilt per regio, leeftijd en seizoen, maar is meestal zandkleurig tot rossig grijsgeel met een gouden glans en een zwarte staartpunt. De borst en buik zijn bleek, de poten en de achterkant van de oren zijn rossig of gelig. Hij heeft een spitsere snuit, en naar verhouding grotere oren dan die van de wolf.

De unieke pootafdruk is gemakkelijk te onderscheiden van vos, wolf of hond omdat de zooltjes van de twee voortenen aan de achterzijde met elkaar vergroeid zijn.

De goudjakhals is een allesetende opportunist. Hij jaagt op kleine zoogdieren, vogels, vissen, amfibieën en insecten, maar hij eet ook afval, aas en planten.

Goudjakhals, foto Wikipedia

Zijn zelfgegraven hol ligt vaak op open vlakten. In de schemering en de nacht verlaat hij zijn hol om te gaan jagen. Dat doet hij meestal alleen, maar voor grotere prooien in groep. De goudjakhals kan blaffen, grommen en ook huilen.

Hij leeft in familieverband. De groep rond een alfa-paartje (dat levenslang samen blijft) kan 5 tot 30 exemplaren tellen. De goudjakhals is geslachtsrijp na circa anderhalf jaar. De paartijd valt in Europa in de lente. Na een draagtijd van 63 dagen worden twee tot vier (max. ) pups in de zomer geboren. De eerste twee maanden drinken ze alleen melk. Na ongeveer een half jaar staan de jongen op eigen poten en zwermen ze uit om een nieuwe roedel te stichten.

De dieren worden maximaal zestien jaar oud in gevangenschap. In het wild is dat gemiddeld maar de helft.

De dansende plant

De naam Telegraafplant verwijst naar oude communicatiepalen waarop bewegende seinarmen stonden. De dancing plant (Desmodium Gyrans) is een tropisch Azië struik waarvan bladeren snelle bewegingen kunnen maken.  Ook het Kruidje-roer-mij-niet (Mimosa pudica) en de venusvliegenvanger (Dionaea muscipula) beheersen deze voor planten wat vreemde kunst.

De bladeren reageren op licht en trillingen in de lucht, waardoor het lijkt alsof de plant meebeweegt op de muziek, in een vlot tempo.

Ieder hoofdblad heeft een scharnier waar meer het kan draaien om meer zonlicht op te vangen. Maar het kost veel energie om de zware bladeren te verplaatsen. Om de beweging te optimaliseren, heeft elk groot blad aan de basis twee kleine blaadjes. Die bewegen constant in een elliptisch patroon, zoeken de intensiteit van het zonlicht en richten het grote blad naar het gebied met de meeste lichtopbrengst.

De snelle bewegingen zouden ook helpen om bladeters af ​​te schrikken, en of mogelijk vlinders te lokken. Praten doen ze nog niet (verstaanbaar), dus het blijft wel wat gokken. In ieder geval, deze plant heeft moves.