Alle berichten van tOverlevenaar

Hoe wordt ik schrijver?12

Lezer, (dat bent U dus) graag maak ik van dit boek misbruik om U op de hoogte te houden van mijn amoureuze escapades (U merkt dat ik een belezen schrijver ben. Het ware nochtans verdienstelijker om een gelezen schrijver te zijn.). Of tenminste, van mijn niet aflatende pogingen om hierin verzeild te raken. Ik heb zopas weer een wandeling geprobeerd. Op het middaguur ditmaal. U merkt het, ik laat niets onbeproefd. En, ik werd herkend! Door één van vier, helaas weer veel te jonge, dames die fietsend van school terug huiswaarts keerden. Naar ik vermoed. De meest linkse, die met die blauwe jeans, riep: “Kijk daar! Die van Kameleon.”

Nu weet ik niet of U dit programma voor jeugdige kijkers kent, maar ik schrijf deze foutieve herkenning toe aan het feit dat ik sandalen, en nog steeds geen sokken aan had, en evenmin mijn haar al had ontward. Ik kan nu ook niet op de naam komen, maar ik ben NIET die van Kameleon.

Uit puur ongenoegen heb ik mij dan van de geasfalteerde paden afgewend, en ben in het bos gaan wandelen, overpeinzend hoe ik deze nieuwe ervaring voor den lezer zou kunnen formuleren. Ik was zo verdiept in mijn gedachten, dat ik welhaast de bodem zag, en ook die van de beek. Ik was er bijna, zoals men dat hier ten lande pleegt uit te drukken, met mijn klikken en klakken ingedonderd. Daar komt nog bij dat ik bijna verloren gelopen was in het bos. Nu is dat niet zo vreemd, vooral als je er de weg niet kent. Maar je moet het maar durven, om in een dicht beboomd bos van de gebaande wegen af te wijken. Het heeft me helaas niet veel verder geholpen, niet veel verder dan ongeveer een halve kilometer. En zonder enig noemenswaardig avontuur.

Ik heb wel de stellige indruk dat ik zeer populair begin te worden. Vooral dan onder de insectenpopulatie van het bos.  Mijn enkels en schenen staan  vol jeukende insectenbeten. Een mens moet wat over hebben voor het schrijverschap.

potloodpunt

Ja, wat moet U daar nou mee? Mijn excuses hiervoor. Ik neem dolgaarne van U aan dat een dergelijke omschrijving midden in een verhaal -hoezo, verhaal? hoor ik U denken. Kan U niet wat stiller denken?- storend is en verwarrend kan werken. Helaas is dat ook voor de schrijver het geval. U zal het er niet aan merken, dame of heer, maar het  is al meer dan zes maanden geleden dat ik bovenstaande teksten, potloodpunt inclusief, aan mijn tekstverwerker toevertrouwde. Ik heb er dus zelf ook geen flauw idee meer van waar die potloodpunt op slaat. Het moet beslist iets grappigs geweest zijn, anders zou ik het nooit genoteerd hebben. Waarschijnlijk zou ik er zes maanden geleden een heel verhaal over hebben kunnen verzinnen. Ik probeer het woord te ontleden: pot-lood-punt. Ik kan er niets meer mee doen.

En precies omdat alle vorige schrijfsels meer dan zes maanden geleden werden gesponnen, past het dat ik U terug op de hoogte breng van mijn huidige toestand. Ik ben moe.

Maar er is meer. Ik heb geen vakantie meer. Waarom heeft het zo lang geduurd eer Uw beminde schrijver terug het toetsenbord ter hand heeft genomen?  Niet uit pure luiheid, lezer, maar wel omdat ik eerst mijn vorige boek (weet U nog wel, met mijn werktitel ‘mijn’) heb willen afwerken. Het is af. Op dit eigenste ogenblik buigt mijn vrouw zich met een rode stylo, waarvan ik het merk hier niet vernoem, geïnteresseerde fabrikanten kunnen voor toekomstige merkvermeldingen contact met mij opnemen. Dat is toch wel mooi meegenomen, -over de eerste kladafdruk.

Hoe wordt ik schrijver? 11

Daarom zou ik graag aan de uitgever voorstellen dat hij voor het opvullen van de achterflap geen genoegen neemt met een kleine pasfoto, maar dat hij hiervoor een exemplaar aanwendt dat ongeveer de grote van de helft van dit boek beslaat. Of niet veel minder. Eventueel kan hier zelfs een extra achterflap in gebruik genomen worden. Waarbij ik er dan wel voor opteer dat die met de foto de achterste achterflap is.

Als U me dan tegenkomt, beste lezer, kan U tegen Uw vrienden of vriendinnen, of tegen wie er dan ook op dat ogenblik in de buurt moge zijn, fluisteren: “Kijk daar, dat is een Bekend Persoon!”. Mocht ik op dat ogenblik nog geen drie maal (3 X) op TV verschenen zijn, dan mag U ook zeggen: “Kijk daar, dat wordt een Bekend Persoon.”. Want ik zal doorzetten.

Nu weet ik ook wel, dat men een Bekend Persoon niet als dusdanig aanspreekt. Meestal bezigt men een naam hier voor. U zal ongetwijfeld op de achterflap van dit boek, behalve mijn foto, ook wel mijn naam kunnen vinden. Op dit ogenblik, terwijl ik dit schrijf, is het mij helaas niet mogelijk die reeds te onthullen.

“Hoezo, wat is dat nu voor gekheid?” zal u wederom vragen. En aangezien schrijver dezes deze bij U opwellende vraag net zo treffend geformuleerd heeft, krijgt U de indruk dat hij U reeds sinds geruime tijd persoonlijk en vrij goed moet kennen. Dat is niet zo. Het is gewoon de kunst van het schrijverschap. Maar indien U zich hierdoor gevleid zou voelen, wil ik U best in de waan laten dat ik U zeer persoonlijk ken.

Aangezien dit werk de titel “Hoe wordt ik schrijver?” draagt, wil ik even verder toelichten waarom ik in dit stadium van mijn schrijverschap niet zonder meer mijn naam kan onthullen. Zodat U, als mogelijk kandidaat schrijver, er ook wat aan heeft. Stel, beste lezer, dat mijn naam Ronald Regen zou zijn. Ronald, Ron of Ronny voor de vrienden. Mijnheer Regen voor de showpresentators die me op TV zullen interviewen.

Indien ik dan mijn ware naam, dus Ronald Regen, op de achterflap naast mijn foto zou zetten, dan zou iedereen, mijn vrienden, mijn vrouw en de hele familie, weten dat ik zelf dit boek geschreven heb. Ik zou me dood schamen.

Daarom lijkt het mij geraadzaam om voor deze schrijverij onder een wat men noemt ‘schuilnaam’ te opereren. Donald Degen is te doorzichtig. Vooral voor de familie. Het zou dus iets totaal anders moeten zijn. Bijvoorbeeld: Piet Pieters.

Maar stel U voor dat U me tegenkomt, en als Bekend Persoon herkent. U roept (vrij luid): “Kijk daar, dat is Piet Pieters.”. Mijn vrouw zou zich rot lachen. De hele familie zou het horen. En ik zou me dood schamen. Als ik tenminste zelf al zou begrepen hebben dat ik op dat ogenblik Piet Pieters ben. Want het is natuurlijk altijd nog mogelijk dat een andere Piet Pieters, een échte, net op dat ogenblik mijn pad kruist. U begrijpt dat ik hier nog een poosje over moet nadenken. Het is de ene schaamdood of de andere. Indien U me op die manier op straat zou aanspreken, zou U me dus, hoe dan ook, een flinke schaamstreek gelapt hebben.

Wereldwijd insectenmenu

In Thailand at ik gefrituurde meelwormen. Lekker? Het leek wat op chips. Zonder kruiden en zout heeft het weinig smaak. Hetzelfde kan je zeggen van hedendaagse industriële kip. Het lijkt me dus gewoon een evenwaardig alternatief. De meelworm (van de meeltor, Tenebrio molitor)  leeft in de natuur van vermolmd hout, maar kan een plaag zijn voor graan- en meelverwerkende bedrijven. Ze bevatten veel proteïnen (eiwit) en zijn prima voer voor vogels, reptielen, vissen en zelfs mensen. Laat ze een dagje op beschuit lopen om zich schoon te poepen.

Meelwormen kunnen plastics (Polystyreen, isomo) eten en giftige stoffen afbreken. Ongeveer de helft van het polystyreen scheidden ze uit als kleine, gedeeltelijk afgebroken fragmenten, de andere helft als CO2. Ze kunnen nadien nog als veilig voedsel voor andere dieren dienen (Stanford University 2019). De HBCD-resten (vlamvertrager hexabromocyclodode) en andere uitgescheiden veelgebruikte plastic-additieven vormen dan nog steeds een gevaar voor het milieu.

Zijderups is een populair gerecht in Korea (bekend als Bon Daegi). Het is een eetbaar bijproduct van het zijde-oogst proces. De worm van de moerbeivlinder (Bombyx mori) is naast de honingbij, een al zeer lang gedomesticeerd insect.

Bij diverse soorten rupsen wordt de darminhoud uitgeknepen, waarna ze worden gekookt en gedroogd in de zon.

Tequila is een soort mezcal die we drinken met een schijfje citroen (of limoen) en een snuifje zout, zonder worm. Die larven van een vlinder of mot vind je wel in Mezcal (agave of mezcal worm) in 2 soorten.

De witte maguey wormen (meocuiles) zijn rupsen van een vlinder (Aegiale hesperiaris) die op agaveplanten leeft (Centraal Mexico). De larven eten het vlees van de stengels en wortels.

De meer gebruikte rode maguey wormen (chilocuiles, chinicuiles of tecoles) zijn de larven van de mot Comadia redtenbacheri of Hypopta agavis (Mexicaanse staat Oaxaca).

Ook een korenworm (Scyphophorus acupunctatus) van de agave snuitgraankever wordt hiervoor gebruikt. Deze Picudo del agave – larven worden ook geroosterd en gegeten in het zuidoosten van Mexico.

De grote wasmot (Galleria mellonella) is een nachtvlinder uit de familie Pyralidae, de snuitmotten. Waswormen (larven van de wasmot) zijn parasieten van de bijenkorven. Gekweekt op een dieet van zemelen en honing worden ze  geroosterde of gebakken en zijn rijk aan essentiële vetzuren.

Bamboewormen, de larven van de grasmot (Crambinae) worden gebakken gegeten in Thailand.

Vliegenlarven of maden schep je van het vlees af, daarna wassen en koken en je hebt een zeer voedzame maaltijd.

Regenwormen (Lumbricidae) bevatten eiwitten met veel essentiële aminozuren. Je vindt ze overal in vochtige, humusrijke bodem en onder stenen en hout, of in de composthoop.
Ze kunnen na een dag vasten of nadat de darminhoud eruit is geknepen rauw worden opgegeten. Je kan ze ook een paar minuten in schoon en drinkbaar water doen zodat ze zich zelf uitspoelen. Of laat ze een dagje op mos kruipen.
Wormen kunnen goed worden gedroogd en tot poeder vermalen om o.a. in soep te gebruiken. Gedroogd zijn ze een tijdje houdbaar.

Bijen, van larve tot volwassen exemplaren, worden geroosterd of gekookt om hun gif te neutraliseren om ze te eten, en soms vermalen tot een voedzame bloem. De larven (vol koninginnen brei, stuifmeel en honing) worden vaak gebakken in boter.

Wespen hebben van alle insecten het hoogste eiwitpercentage: 81%! In Mexico worden ze algemeen gebruikt in gerechten. Wespenlarven en -eieren werden door de Chinese royalty gegeten als delicatesse.

Libellen worden gebakken op een stokje gegeten in China.

Mieren die gegeten worden: Carpenter mieren, blad-cutter mieren, honeypot mieren en citroen mieren. In Australië eten de Aboriginals honingmieren als zoete snack. Die zuigen hun buik bol met een nectar-achtige substantie. De rauwe mier smaakt naar citroenlimonade. In Colombia eten ze fat ass ants getoast, net zoals popcorn en pinda’s. En in Thailand is de rode mier met eitjes een lekkernij, het liefst gezouten en in de salade.

Termieten (Isoptera) zijn eerder familie van kakkerlakken dan van mieren, en ook eetbaar.

Kakkerlak: om te eten kweek je ze met verse groenten en fruit. Ze kunnen geroosterd, gebakken, gebraden of gekookt gegeten worden. Sissende kakkerlakken uit Madagascar hebben de smaak en structuur van vette kip.

Giant Water Bug: Dit insect -dat lijkt op een kakkerlak- zie je veel in marktkraampjes in Bangkok. Ze worden gebakken in een pittig sausje en in zijn geheel opgegeten of gestoomd en in blikken bewaard. De smaak is zoutig en visachtig.

Een zeer efficiënte methode om kakkerlakken te vangen is de “Vegas roach trap”. Dit is een glazen pot met nauwe opening, gedeeltelijk gevuld met koffiedrab en wat water. De buitenkant kan worden bedekt met ruw plakband, zodat La Cucaracha makkelijker naar binnen kan klimmen. De “Vegas roach trap” is insectvriendelijk omdat andere insecten niet aangetrokken worden.

Zangcicaden (Cicadidae, Auchenorrhyncha: ongeveer 40.000 soorten) Sommige soorten kunnen 17 jaar oud worden,  de nimfen leven ondergronds op plantenwortels. Na het vervellen zouden ze mals en lekker zijn. Ze worden gebakken of gekookt gegeten in de VS, Japan, Thailand en Maleisië. Ze smaken naar een mix van aardappels en asperges.

Krekels (Gryllidae) zijn een familie van insecten (ca 900 soorten) die vooral in warmere streken voorkomen. Ze worden gebakken, gekookt, en geroosterd gegeten in Mexico, Thailand, Cambodja.

Boeren in de Sahelstreek die te last hebben van sprinkhanen verdienen meer met de verkoop van deze vijand dan met het gewas zelf. In Thailand wordt de commerciële waarde van eetbare sprinkhanen geschat op zes miljoen dollar per jaar.

Neushoornkever (Oryctes nasicornis) is een vrij grote brok, ca. 4 centimeter. Ze worden bereid met Thaise kruiden (citroengras, limoen blad, galanga en knoflook) en wat zout en sojasaus.

Geen insecten, maar gelijkaardige, wat vreemde bronnen van eiwitten:

Schorpioen (Scorpiones) is net als kreeft een geleedpotige, maar geen insect. Ze zijn allemaal wat giftig, maar niet allemaal gevaarlijk. Ze worden in Thailand en China voor menselijke consumptie gekweekt, zodat al het gif verwijderd is. Ze worden meestal gefrituurd op een stokje.

Tarantula’s (vogelspinnen) zijn spinachtigen, dus geen insecten Zij (Haplopelma albostriatum) worden voornamelijk gegeten in Cambodja en Venezuela waar ze gebakken worden in olie en suiker. De poten zijn knapperig, maar het lijfje blijft zacht en glibberig. Ze smaken naar krab en noten. Naast slakken als escargots en caracollen kennen we in Europa ook meikeversoep en Casu marzu.