Natuurlijk waterdicht maken

Verhardende olie & vormt in contact met zuurstof door polymerisatie stabiele, waterdichte films. Een lavabo of wastafel die in leem – klei wordt gemodelleerd kan met 2 behandelingen waterdicht & gemaakt worden. Enkele veelgebruikte drogende oliën zijn walnotenolie, tungolie1, maanzaadolie, perillaolie2 en lijnzaadolie3. (Ze worden o.a. gebruikt in olieverf en sommige lakken.)

Een (verhardende of) drogende olie zal door blootstelling aan lucht uitharden tot een taaie, vaste film. De verharding is een chemische reactie waarin de componenten verknopen (polymeriseren) door de inwerking van zuurstof (niet door verdamping van water of andere oplosmiddelen ). De film wordt zwaarder naarmate hij zuurstof absorbeert. Lijnzaadolie vb. + 17%.  Daarna neemt het gewicht van de film af naarmate vluchtige verbindingen verdampen.

Laat doeken, papier en werkkleren die in olie gedrenkt zijn, open gespreid en in openlucht opdrogen om het risico op zelfontbranding door de vrijkomende warmte van het oxidatieproces te vermijden.

1 Chinese houtolie: uit de zaden van de Tungboom (Vernicia fordii) gebruikt voor het beschermen en afwerken van houten voorwerpen en schepen, en als brandstof voor lampen.

2 Uit de eetbare zaden van de Koreaanse Shiso (Perilla frutescens), gebruikt in verf, inkt, linoleum.

3 zie stopverf lijn(zaad)olie

Er zijn nog meer technieken om op een natuurlijke manier waterdicht te maken. Je vindt ze op de website ’t Overleven, op in het boek (20 verwijzingen via Trefwoord).

vijver, dam (biofolie)

textiel: zeil, yurt, doek, wol

mortel, cement

graszodendak

aardewerk (waterglas, email, melk)

schoeisel (berkenpek)

pleisterwerk, tadelakt

buizendichting (kemp)

houten vaten

Cafeïne in hulst: iemand (thee) ervaring?

Cafeïne wordt ook in hulst aangemaakt, de bladeren worden voor thee gebruikt.

Yerba mate, foto Wikipedia

Van de Zuid-Amerikaanse matéplant (Ilex paraguariensis) wordt (Yerba) mate gemaakt die traditioneel met een metalen rietje (de bombilla) uit een kalebas (de mate) gedronken wordt. Een kop koffie bevat ongeveer 95-200mg cafeïne, mate slechts 30-40mg.

Van de bladeren van de Ilex guayusa (wayusa) uit Ecuador die cafeïne en theobromine (zoals in chocolade) bevat wordt ook thee gemaakt.

Ook die van Ilex vomitoria , de yaupon-hulstboom, worden in kokend water gebruikt.

Van onze Ilex aquifolium werd geroosterd zaad van de knalrode hulstvruchten vroeger gebruikt als koffievervanger. En gedroogde bladeren kunnen worden verkruimeld en gemengd met thee. Ik vond er weinig info over, en dan nog vooral theoretisch.  Laten we het dus misschien maar best bij de theorie houden…

Iemand ervaring met cafeïne houdende koffie of thee van onze inheemse hulst?

De goudjakhals is op komst

De goudjakhals of gewone jakhals (Canis aureus, regionaal ook goudwolf of rietwolf genoemd), is een hondachtige (Canis) concurrent voor wolven en vossen; een soort slanke mini-wolf, met kortere poten en een formaat tussen deze collega’s.

Zijn leefgebied loopt over het Arabisch Schiereiland, Klein-Azië, het Indisch subcontinent en Sri Lanka, Bulgarije, Griekenland, Roemenië, Italië. Hij zwerft tot in Duitsland en Denemarken, en werd (2016-2020) al minstens 3 x op wildcamera’s betrapt in Nederland. En wordt verwacht in België. Hij verblijft in open gebieden, en langs dorpen en kleine steden, waar veel afval te vinden is.

De goudjakhals heeft een kop-romplengte van 65 tot 105 cm. Zijn altijd omlaag hangende staart meet 18 tot 27 centimeter, de schouderhoogte is ongeveer vijftig cm. Hij weegt 6 tot 15 kg, en de vrouwtjes zijn meestal kleiner dan mannetjes.

Zijn dichte vacht verschilt per regio, leeftijd en seizoen, maar is meestal zandkleurig tot rossig grijsgeel met een gouden glans en een zwarte staartpunt. De borst en buik zijn bleek, de poten en de achterkant van de oren zijn rossig of gelig. Hij heeft een spitsere snuit, en naar verhouding grotere oren dan die van de wolf.

De unieke pootafdruk is gemakkelijk te onderscheiden van vos, wolf of hond omdat de zooltjes van de twee voortenen aan de achterzijde met elkaar vergroeid zijn.

De goudjakhals is een allesetende opportunist. Hij jaagt op kleine zoogdieren, vogels, vissen, amfibieën en insecten, maar hij eet ook afval, aas en planten.

Goudjakhals, foto Wikipedia

Zijn zelfgegraven hol ligt vaak op open vlakten. In de schemering en de nacht verlaat hij zijn hol om te gaan jagen. Dat doet hij meestal alleen, maar voor grotere prooien in groep. De goudjakhals kan blaffen, grommen en ook huilen.

Hij leeft in familieverband. De groep rond een alfa-paartje (dat levenslang samen blijft) kan 5 tot 30 exemplaren tellen. De goudjakhals is geslachtsrijp na circa anderhalf jaar. De paartijd valt in Europa in de lente. Na een draagtijd van 63 dagen worden twee tot vier (max. ) pups in de zomer geboren. De eerste twee maanden drinken ze alleen melk. Na ongeveer een half jaar staan de jongen op eigen poten en zwermen ze uit om een nieuwe roedel te stichten.

De dieren worden maximaal zestien jaar oud in gevangenschap. In het wild is dat gemiddeld maar de helft.