Hoe wordtik schrijver?13

Mijn vrouw is namelijk, moet U weten, onderwijzeres.

Hoewel ik me nu afvraag waarom U dit eigenlijk zou moeten weten. Ik zie er de zin niet van in. Ik zou beter een beetje meer nadenken voor ik zulke dingen aan het papier toevertrouw.  Bent U trouwens getrouwd?  Of bent U verstandig? Het voordeel hiervan zit hier, dat ik alle taal- stijl- typ- en spelfouten in haar schoenen kan schuiven. Hoewel ze slechts maat 36 heeft. In haar schoenen.

Ik bladerde net even door een paar boekjes in mijn boekenrek. En ik stel vast, dat dit boek minstens ongeveer zowat honderd bladzijden zal moeten tellen. Anders oogt het te dun. Tenzij ik de uitgever kan overhalen om een dikke kartonnen omslag te gebruiken. U weet dus wat U nog te wachten staat. En ik ook.

U moet verder nog weten dat mijn vorige boek vlugger op Uw schap kon staan, mevrouw, ware het niet dat de wonderen der  elektronica  zeventien  naarstig  volgeschreven bladzijden uit mijn manuscript hadden laten verdwijnen. Als bij toverslag. Geen spoor meer van terug te vinden. Het waren de bladzijden 83 tot en met 101. U kan zich mijn ontgoocheling voorstellen.  Ik werkte aan bladzijde 223 toen ik dit ontdekte! Geen enkele uitgever die een dergelijk boek wil uitgeven. Dat betekent niet meer of niet minder dan dat het zes maanden langer zal duren voor ik een Beroemd Persoon wordt. Misschien had ik het dan toch beter in de politiek geprobeerd.

Kortom beste schrijver in spe mijn eerste twee boeken liggen nog steeds bij de uitgever (een al méér dan een jaar!), het derde is nog niet gecorrigeerd, en aan het vierde ben ik nu aan het schrijven. Of beter, als U dit leest is het af. Waarmee ik enkel wil zeggen, dat schrijven meer is dan schrijven. Ik kan op deze manier namelijk nog dertig boeken schrijven. Als enkel mijn vrouw ze leest, zal mijn beroemdheid slechts een uitermate plaatselijk karakter hebben.

Waarbij ik toch met een gerust geweten kan zeggen, dat ik thuis de beste schrijver ben.

Ik heb dus gisterenavond voor het eerst na meer dan een half jaar deze tekst herlezen. Behalve hetgeen ik net heb geschreven. “X”, sprak ik tot mezelf, want ik heb nog steeds geen beslissing genomen inzake het gebruik van een schuil- of mijn echte naam, “X”, dus, ” het wordt tijd dat je nog eens een poging onderneemt om grappig te zijn. Maar het IS moeilijk. Als je geen vakantie hebt. Ik ga eerst een ijsje eten. (Ook hier wil ik in de toekomst eventueel wel een merknaam vermelden. Of in ruil voor gratis ijsjes ronduit toegeven dat ik bij voorkeur bij Vica mijn smaakpapillen ga verwennen). Ik heb overwogen om dit schrijfsel uit te breiden en te verfraaien met mopjes. Vb. mopjes over blondines, een haast onuitputtelijke bron van vermaak. Al naar gelang de geografische en etymologische omstandigheden kan ‘blondjes’ vervangen worden door ‘Hollanders’, ‘Limburgers’, ‘Ieren’ of andere etnische groepen. Voor een internationale schrijfcarrière lijkt de ‘zoek en vervang’ functie” van mijn tekstverwerker dan ook onmisbaar. Bij een summiere test bleek dit echter niet helemaal correct als werkwijze. Niet alle ‘Hollanders’, ‘Limburgers’, ‘Ieren’ blijken over de soms nodige vrouwelijke attributen te beschikken. Daarbij komt nog dat een kennis me onlangs in vertrouwen heeft toevertrouwd dat er slechts één blondjesmop bestaat! Alle andere vertelsels zouden op waarheid berusten. Bovendien vind ik zoals meer dan 90% van de manlijke bevolking, mooie blondines leuk en oogstrelend. Helaas lijken die strelingen nooit verder te reiken dan mijn oog.

SAMEN-werken, 1 + 1 = 3, beter & fijner

Bij het herwerken van mijn boek ‘t-Over-leven realiseerde ik me dat ruim 95% over technieken, methodes, vaardigheden en kennis ging. De vanzelfsprekende aanname dat je niet alles in je eentje kan, en beter in een gemeenschap(je) samenwerkt, komt slechts in ca. 3% expliciet aan bod. Daarom een korte intro bij dit (in het boek voorlaatste) onderdeel.

Twee mensen kunnen samen méér doen dan 2 kluizenaars afzonderlijk. Dat geldt ook voor 3, of  4, 5… En ’t gaat gemakkelijker, en sneller. Sommige dingen kan je moeilijk alleen: ijzer maken, een nokbalken leggen, hooien, zeil over een dak of hooiopper spannen… Het verschil tussen een kano en een zeilschip.

Niet iedereen moet alles kunnen of weten. In een groep kan je taken en specialisaties (ver)delen.

Maar vooral: we zijn sociale dieren, we hebben gezelschap nodig. Troost. Plezier. Liefde. Steun. Huidhonger, contact, klankbord, overleg, iemand om je hand verbinden, een splinter uit je vinger te halen. Iedereen wil ergens bij horen, en graag ook iets betekenen, iemand ‘zijn’, of zelfs uitblinken. Een grijze muis in het bedrijf, maar een topper in bv de miniatuurbouwclub.

Door teamwork en dus efficiënter te werken, wint iedereen tijd. En die kan je, samen met je gezelschap ook aan andere, fijne dingen besteden als muziek of een grap maken, een feestje, lachen, troosten, meeleven…

In een ander leven, waar verfijnd uit eten gaan vanzelfsprekende business was om te netwerken, kwam geregeld de vraag: “En wat is jouw favoriete gerecht (of restaurant, dessert,)?” Meestal heb ik daar eerlijk op geantwoord dat ik liever een boterham at in goed gezelschap, dan kreeft in mijn eentje.  (In het midden latend of de tafelaars aangenaam gezelschap waren 😊 )

Samen dingen doen komt enkel in het laatste deeltje aan bod, met onderwerpen als cohousing, verenigingen, ecodorpen ed. Maar het is voor ieder aspect van het dagelijks leven belangrijk. Ook om te overleven.

Een student vroeg, denkend aan pijlpunten en kleipotten, aan antropoloog Margaret Mead (1901-1978) naar het eerste teken van beschaving. Voor haar was dat een dijbeen dat gebroken en daarna genezen was. Met een fractuur ben je in de natuur een vogel voor de kat. Dat de breuk heelde bewijst dat iemand tijd heeft besteed om het slachtoffer te verzorgen, voeden, beschermen. Iemand anders door moeilijkheden helpen is waar de beschaving * begint, zei Mead. Dus, we zijn op ons best als we anderen helpen. Wees beschaafd.

Uit sociologisch onderzoek blijkt dat groepsleden (deels bepaald door het volume van de neocortex bij primaten) met een beperkt aantal anderen stabiele relaties kunnen aangaan (en er over kunnen roddelen: dit heeft meerdere belangrijke functies, zeker bij vorming van subgroepjes). Een basisgroep bestaat uit 5 (à 7) personen. Ieder volgend niveau wordt dit 3 x meer: afgerond 5 – 15 – 50 – 150 (het getal van Dunbar). Boven dit maximum gaan er al wat mensen in de anonimiteit van de groep en van onze radar kunnen verdwijnen. Maar 30 gezinnetjes is al een leuk ecodorpje met veel mogelijkheden. (En allicht kan je dus digitale contacten boven dat aantal niet onder de noemer ‘Vrienden’ catalogeren. Digi-vrienden worden steeds meer avatars, spookbeeldjes die meteen weg zijn als je de schakelaar uit zijn.)

Michael Tomasello (Max Planck, Leipzig) bestudeerde de evolutietheorie van menselijke samenwerking (2013).Zijn conclusie, die Darwin eigenlijk ook al omschreef, luidt: (survival:) Cooperation not competition is instinctive. Onze voorouders moesten elkaar op de vlakten tolereren en (om beurt) buit delen. Ze overleefden door samenwerking. Samenwerking verdient gelijke beloningen. Zo konden stammen groeien Ook jonge kinderen (3 jaar) delen nog onvoorwaardelijk eerlijk.

Doorgetrokken naar de 21ste eeuw: coöperaties zullen beter functioneren dan hiërarchisch gestructureerde bedrijven die werken voor buitenstaanders – aandeelhouders. Kies dus voor coöperatie i.p.v. competitie.

Een onderzoek dat ik helaas niet meer terug vind vergeleek leken en experten die zowel individueel als in groep, per soort en gemengd, beslissingen moesten nemen. De opvallende conclusie was dat grotere groepen altijd beslissingen namen die op termijn kwalitatief veel beter en intelligenter waren, los van het feit of & hoeveel experts er bij waren. Omdat ze vanuit hun individuele verschillen en eigenheid met veel meer verschillende aspecten rekening hielden. Eigenlijk zijn we dus gedoemd om samen te werken en te leven. Hoe zouden we ons anders ook kunnen voortplanten…

(*) Met in mijn achterhoofd filmpjes van aapjes die elkaar helpen, en zelfs een leeuwin die een antilopenjong ‘adopteert’, vind ik dat altruïsme of moederliefde niet volstaan om van beschaving te spreken. Bij gebrek aan een voor mij goede definitie van beschaving maak ik daarvan:  waarden en normen die groepsleden en generaties hanteren om het samen beter te hebben. (Om te vermijden dat bv koloniale of elitaire uitbuiters kunnen claimen dat ze beschaving brengen.)

Beschaving: dun laagje wegschrapen voor een mooiere look.

Heb je ooit zo iets gezien?

Een zéér merkwaardig kleinood. Maar wel een heel eenvoudig en sterk ontwerp. Gaat het om een uniek concept, of om een toevallig probeersel dat in de plooien van de geschiedenis verloren ging, en toevallig in 2020 ontdekt werd?

Het fijne aan een websites en blog is dat je wereldwijds interessante vragen, contacten en ideeën krijgt. Van Alaska (over bomen ‘wateren’) over Indië (koolstofvoetafdruk) tot Brazilië (grondwaterputten). En recent (mei 2020) een mailtje van Jim Escobar, “‘Old Screw Found in NW USA (SW Idaho), near Oregon Trail”. Zijn 10-jarige zoon James (jr) trok er op uit met zijn metaaldetector, en keerde huiswaarts met een roestige spijker. Via zoekwerk op internet vonden ze in mijn Engelstalige site Surv’live’l (mijn vertaling van t-over-leven) het artikel dat ik schreef over de oudste gevonden schroeven. Want de gevonden ‘spijker’ had duidelijk één groef in de kop, en een gedraaide schroefdraad.

Als je het ziet lijkt het eenvoudig en duidelijk. Je smeedt een vierkante spijker en verdraait de vierkante schacht meer dan 360°. Ik vermoed dat dit met een wringijzer zelfs koud kan gedaan worden.

Alleen: in alle gekende oude schroeven werd de draad manueel uitgevijld. Een zeer tijdrovend en duur werk dat duidelijk leesbare sporen nalaat. Als het zo eenvoudig kan met smeedwerk, waarom kenden we dit systeem dan niet? Waarom zijn er (bij mijn weten) nooit dergelijke exemplaren gevonden? Een schroefnagel ‘avant la lettre’. Ik hoop dat onderzoek (bij Smithsonian en/of elders) meer licht op deze vondst kan werpen. Het lijkt me erg speciaal: zowel het product, als het feit dat er in onze geschiedenis blijkbaar niets over bekend is.