Overleef de hitte(golf)

Hoe vindt je verkoeling als de zon brandt? Vergeet niet dat je zelf een warmtebron van ca. 37°C bent! Tussen 20 en 25 graden voelen we ons nog comfortabel. Eigenlijk hebben we dan geen kleding nodig, niet om warm te blijven, en niet om zonnewarmte te weren. Wel als bescherming tegen verbranden (en om sociale -mogelijk ook esthetische (? 🙂 redenen).

De strijd tegen hittegevoel is een dilemma. Je wilt koelte voelen door jezelf in en/of uitwendig af te koelen, maar door die afgevoerde warmte gaat je thermostaat je lichaam opwarmen om de temperatuur voor ons als warmbloedigen leefbaar te houden. We gaan dus op zoek naar een evenwichtsoefening tussen een fris(ser) gevoel zonder onze interne verwarming te verhogen.

Zweten

Afkoelen doe je door te zweten. Het verdampend vocht voert de warmte af.

Drink dus voldoende, minimaal 2 liter water per dag.

Houd je huid rein en de poriën open door je lauwwarm te wassen met milde zeep, en gebruik geen make-up of huidoliën, ook niet als bescherming tegen de zon: blijf liever in de schaduw.

Kleding

Draag geen knellende maar losse en luchtige kleding.

Vermijd synthetische stoffen, ze laten geen lucht door. Kies voor linnen, katoen of fris aanvoelende zijde.

Bescherm je hoofd met een breedgerande lichtgekleurde zonnehoed (of parasol).

Draag je beter zwart of wit? Lichtgekleurde tropenkleding of donkere bedoeïenen gewaden?

Wetenschappers deden de test (1980) met vrijwilligers in de woestijn. De kleur maakte geen verschil, wel de snit. Een losse garderobe creëert een schoorsteeneffect: de hitte tussen gewaad en huid gaat naar boven en zorgt voor een luchtstroom die je verkoelt. Zwart laat minder straling door en beschermt beter tegen verbranden. Wel neemt zwart meer warmte op, maar staat die ook makkelijker weer af. Het wordt dus balanceren tussen lichaamswarmte en omgevingswarmte, en factoren als in de schaduw zitten of in de zon wandelen.

Eten

Tijdens het zweten verlies je vocht en ook elektrolyten (zouten) die aangevuld moeten worden. Fruitsoorten kunnen dit vocht- en zouttekort aanvullen. Zeer geschikt: watermeloen. Maar ook suikermeloen, banaan, mango, aardbeien, appels, frambozen, blauwe en zwarte bessen.

Hoe harder je maag werkt om koolhydraten en proteïnen (vlees, aardappels en pasta’s) te verbranden, hoe meer energie je verbruikt en hoe warmer je lichaam wordt. Eet kleine porties, verdeeld over de dag. Je kiest vanzelf eerder een slaatje dan een zware maaltijd.

Pikante pepers verhogen de hartslag en je temperatuur, en stimuleren de zweetklieren. Je kan ze daarom beter beperken of mijden, net als gekruid eten, sigaretten, alcohol en cafeïne.

Warm weer, warm drinken

Gebruik geen ijskoude dranken die je lichaam dan moet opwarmen, lauwwarme kruidenthee is beter om de lichaamsthermostaat in je hersenstam op ‘koelen’ te houden. Om dezelfde reden neem je geen frisse maar een lauwwarm(e) douche of bad.

Doe muntblaadjes in je kan water. Munt ervaren we als fris en verkwikkend door de organische verbinding menthol die er in zit.

Houding

Zoek de koelte. Ga naar een schaduwrijk bos. Het is efficiënt. Je merkt het op de parking waar iedereen onder die ene boom wil staan.

Ga lekker zwemmen.  Ga naar de kelder of naar de groentenafdeling van het warenhuis.

Wind je niet op (over de warmte), stress verhoogt je hartslag. Ontspan, pas je tempo aan.

Vermijd het heetst van de dag. Sta vroeger op en houd een siësta of powernap tussen 12 en 16u.

Houd je huis koel

Vermijd warmtebronnen in huis: oven of het fornuis, laders, (gloei)lampen, motoren en elektronica.

Achter glas krijg je een broeikaseffect. Houd de zon buiten door ramen af te schermen met luifels, parasols, hop (klimt, en is enkel groen in de zomer), bomen, rolluiken, gordijnen, doeken.

Als het ‘s avonds afkoelt (buiten frisser dan de binnen) kan je ramen openzetten om het huis af te koelen. Zet alle binnendeuren open, ook van kasten waarin de hitte blijft hangen.

Zet de schoorsteenklep open. Koelte produceren (airco) kon 2400 jaar geleden al in Iran!

Hang een vochtig gordijn voor het open raam.

Dweil de vloer, zodat die ook kan ‘zweten’.

Plaats bevroren waterflessen voor een ventilator (in een bak of op een schaal om het smeltwater op te vangen). Zout verlaagt de temperatuur waarop water bevriest waardoor het ijs heel koud wordt.

Zet ventilatoren uit als er niemand in de kamer is. De motor genereert warmte. De luchtstroom voert meer vocht van je zwetende huid af waardoor je lichaam afkoelt. Hij draait dus zinloos als er niemand in de kamer is.

Koel gevoel

Voeten lijken warmteregelaars. Als het koud is dragen we dikke sokken. Pootje baden in een teil water is verfrissend. Gebruik luchtig schoeisel, of loop op blote voeten. Maar verbrand ze niet op een hete ondergrond!

Houd je polsen onder de kraan

Maak je haar nat

Leg een koud washandje in je nek

Vernevelen water (met een spuitbusje) in je gezicht.

Douche met pepermuntzeep

Gebruik een waaier om je koelte toe te wuiven

Gebruik zijden of satijnen kussenslopen en lakens

Stop je kussen in een dichte plastic zak een tijdje in de vriezer

Dode dieren eten

Als vader koteletten uit de pan prikte om te verdelen durfde hij wel eens vragen: “Lust je dit? Het is een stuk van een dood varken!” Als je het voor het eerst hoorde moest je er wel even bij nadenken. Daarna werd die herkomst voor alle vlees vanzelfsprekend, en kwam iedereen op voor de eigen portie.

In onze cultuur worden er zelden (stukken van) niet-dode dieren gegeten. We vinden dit barbaars, behalve voor oesters(?). Desgewenst kan je zelf onsmakelijke filmpjes opzoeken over levend gegeten dieren, als zee-egels in Italië, octopus in Korea, levend bereide vissen in Japan,  dronken garnalen in China, Casu Marzu wormpjes op Sicilie, ed.

Meestal gaan we er van uit dat dieren voor vleesconsumptie gedood worden net voordat het vlees verwerkt wordt. En dat men zo snel mogelijk het bloed laat wegvloeien.

Bij jacht kan er meer tijd liggen tussen het doden en verwerken. Uren, een dag…

Na grote jachtpartijen werd wild vroeger soms dagenlang begraven om het koel te houden en het vlees later te verwerken.

Ook bij het adellijk laten worden (faisandage) werd wild dagenlang ‘gerijpt’ voordat het verwerkt werd.

Eters van reeds dode dieren (karkassen, krengen) noemen we aaseters (ratten vossen, wespen, raven,…).

Gestorven dieren kunnen ziek geweest zijn, daar blijf je best van af. Om nog te zwijgen van vergiftigde dieren. En van alles waar een vreemd reukje aan zit.

Als je strikken of dodelijke vallen plaatst controleer je die geregeld, en weet je dus ook dat het gevangen wild niet (te) lang dood kan zijn.

Maar wat als je een dood dier (vb aangereden) vindt, is dat nog eetbaar? Als ze nog lijkstijf zijn kunnen ze nooit langer dan een paar uur dood zijn, en kan je ze dus net als gestroopt wild eten.

Lijkstijfheid of rigor mortis is het verstijven van het lichaam na overlijden. Het lichaam wordt dan ook koud. Vanaf zo’n twee tot zes uur na overlijden beginnen de spieren (bij de mens) te verstijven. Deze stijfheid blijft ca. 12 uur in stand en verdwijnt geleidelijk weer na ca. 24 uur.

In “De kunst van het overleven” schrijft Rüdiger Nehberg ‘Je moet … in staat zijn een platgereden hond van de straat te schrapen en op te eten. Gooi het vlees … niet weg omdat het al aan het rotten is. …nog waardevol: als lokaas voor andere vleeseters en als broedplaats voor maden. … Die zijn voor jou je reinste krachtvoer.’

‘Vleeseters als honden, katten, zwijnen, ratten, egels enz. moeten wegens trichinengevaar goed gebraden of gekookt worden.’

Let op: door verhitting dood je bacteriën, maar elimineer je niet de mogelijk reeds gevormde gifstoffen.

Merg in een stuk bot bederft zeer snel. Bedervend vlees wordt meestal slijmerig. Vers vlees dat je in warme landen bij de slager ziet hangen is gewoonlijk nog geschikt voor consumptie (ondanks de vliegen). Het wordt geconsumeerd voor bacteriën en eitjes de kans krijgen zich te ontwikkelen.

Gieren hebben speciaal maagzuur dat extreem zuur is en alle virussen en bacteriën doodt,  en ook een uitstekend afweersysteem dat is aangepast om gifstoffen af te breken. Hierdoor kunnen ze zelfs karkassen eten die geïnfecteerd zijn met antrax, varkenspest of botuline. En als het vlees door hun spijsverteringkanaal gaat is er in de uitwerpselen geen spoor van de ziektemaker meer te bekennen. Zo helpen gieren om het verspreiden van ziektes te voorkomen.

2018: door de economische crisis en de energietekorten vallen koelingen in Venezuela uit. Arme mensen kopen goedkoop rot vlees om te overleven. ‘Het ruikt een beetje vies, maar je spoelt het met een beetje azijn en citroen’, zegt Yeudis Luna.

Hoe wordt ik schrijver? 8

Even heb ik overwogen om als rode draad in dit boek, effectief een rode draad er in op te laten nemen. Maar ik vrees, dat na mijn beledigende uitlatingen over uitgevers, geen enkele uitgever die de boeken die hij uitgeeft ook eerst leest, nog bereid zal zijn om deze extra kosten hiervoor op zich te nemen. Dat betekent dus, beste lezer, dat U het zonder rode draad zal moeten doen. (Met ‘het’ wordt uiteraard het lezen van dit boek bedoeld. In dit geval.) Maar tot groot genoegen van de schrijver, en tot groot ongenoegen van de lezer, laat dit de schrijver toe om van de hak op de tak te springen. Waarvoor dank aan de uitgever. Mocht ik hierdoor mijn vroegere verwijten aan uitgevers weer goedgemaakt hebben, waardoor de uitgever onverhoopt toch nog een rode draad in dit boek wil laten inlijmen, dan wil de lezer wel zo vriendelijk zijn om deze draad er onverwijld terug uit te trekken. Zelfs indien het een boek uit de bibliotheek betreft. Hoewel, een doorlezende uitgever zal zich nu toch wel eens extra bedenken. Hiermee sluit ik dit onderwerp af. Want ik merk bij mezelf wel dat ik alleen al hierover een volledig boek zou kunnen schrijven. Dat is misschien een goed idee voor een volgende boek.

Dit brengt ons meteen terug bij het onderwerp van ons boek. Hoe wordt U schrijver. (tja, IK niet natuurlijk, ik ben het al.) U hebt dit boek gelezen, of althans het begin ervan. Helaas komt U tot de ontstellende ontdekking dat U onvoldoende gefrustreerd bent. U weet helemaal niet waar U een boek over zou kunnen schrijven. En U stelt zich de vraag: “Waar zou ik een boek over kunnen schrijver?”

Schrijver dezes heeft zulke vraag voorzien. Hij heeft dan ook een poging gedaan om een inventaris te maken van de verschillende onderwerpen waarover boeken zoal plegen te handelen. Dit boek inbegrepen. Merk dat ik hier van de ik-persoon naar de hij-persoon ben overgeschakeld. Laat me U waarschuwen. Je moet al een sterke persoonlijkheid hebben om iets dergelijks te realiseren. Waarmee ik maar  wil zeggen…!

Begint U er dus maar liever niet aan.

Terug naar het huidige onderwerp van dit boek, namelijk: het onderwerp van een boek. Voor alle duidelijkheid wens ik hier aan te halen dat mijn overpeinzingen (want van wetenschappelijk onderzoek is ook hier, andermaal, geen sprake!) enkel betrekking hebben op fictie. Wist U trouwens dat overpeinzingen ook betrekkingen kunnen hebben? (Grapje!)

Boeken kunnen velerlei onderwerpen hebben. Daarom zijn er ook zoveel boeken. Bij het tot stand brengen van een classificatie van de verschillende onderwerpen van boeken, heb ik me verplicht gevoeld om iedere onderverdeling onder te verdelen in meerder onderverdelingen. En dan nog is het haast ondoenlijk om alle onderwerpen te klasseren. En zeg nu zelf, een thema al ‘varia’, of ‘allerlei’, zegt eigenlijk niks. Je zou er dus alles onder kunnen klasseren. Hetgeen dan weer een classificatie oplevert die schreeuwt om onderverdelingen. U merkt het: ik ben ruim voldoende gefrustreerd om over ieder onbenullig onderwerp, zelfs dat van een boek, een boek te schrijven.

Tussen haakjes (Ik merkte zopas, toen ik een doos fruitsap uit de frigo nam, dat ik in geval van brand -in dit weekendverblijf- dringend behoefte heb aan een tolk om het Frans op het brandblusapparaat in een voor mij begrijpelijke taal te vertalen. Maar ik zal me wel kunnen behelpen. Water moet Oo! zijn in ‘t Frans.) Maar dit dan tussen haakjes.