De dansende plant

De naam Telegraafplant verwijst naar oude communicatiepalen waarop bewegende seinarmen stonden. De dancing plant (Desmodium Gyrans) is een tropisch Azië struik waarvan bladeren snelle bewegingen kunnen maken.  Ook het Kruidje-roer-mij-niet (Mimosa pudica) en de venusvliegenvanger (Dionaea muscipula) beheersen deze voor planten wat vreemde kunst.

De bladeren reageren op licht en trillingen in de lucht, waardoor het lijkt alsof de plant meebeweegt op de muziek, in een vlot tempo.

Ieder hoofdblad heeft een scharnier waar meer het kan draaien om meer zonlicht op te vangen. Maar het kost veel energie om de zware bladeren te verplaatsen. Om de beweging te optimaliseren, heeft elk groot blad aan de basis twee kleine blaadjes. Die bewegen constant in een elliptisch patroon, zoeken de intensiteit van het zonlicht en richten het grote blad naar het gebied met de meeste lichtopbrengst.

De snelle bewegingen zouden ook helpen om bladeters af ​​te schrikken, en of mogelijk vlinders te lokken. Praten doen ze nog niet (verstaanbaar), dus het blijft wel wat gokken. In ieder geval, deze plant heeft moves.

Zuinig water vangen en recupereren voor de tuin

Droge zomer, droge tuin… Waar recupereren we nog wat extra water?

Uiteraard zorg je er voor dat je regenwater kan opvangen. Als het zelden of weinig regent loont het de moeite om tijdig (en tijdelijk) extra zeilen te spannen om de druppels te verzamelen.

Vooral via goten aan de daken, en via de afvoerbuizen kan je handig collecteren. Er bestaan in de handel en de doe-het-zelfzaken meerdere soorten kant en klaar ‘automaten’ om regen via de pijp af te vangen (soms ‘regendief’ genoemd). Je kan ook zelf een systeempje in elkaar knutselen. De overloop leid je naar 1 of meer tonnen. Volgende exemplaren staan dan telkens iets lager (in ‘cascade’), en worden automatisch via een overloop gevuld als de vorige vol is.

Je kan op de toevoer filters voorzien, bv eerst een bladvanger van kippengaas, (een bezinkputje of bakje) wat verder een zeef van vliegengaas (of glasgordijn), en eindigen met een nylonkous.

Zorg dat de tonnen hoog genoeg staan om aan de onderkant een kraantje te maken waar een gieter of emmer onder kan, of waaraan je een tuinslang (voor korte afstanden) vastmaakt. Maak de vaten leeg voor het gaat vriezen zodat ze niet barsten door het uitzettende ijs. Bij lichte vorst kan je dit opvangen door meegevende drijvers op het water te leggen (hout, een lege waterdichte doos,..)

Dek alle openingen af, zodat er geen muggen in kunnen. Anders worden het kweekpoelen. Weer zoveel mogelijk zon en licht, om algengroei te beperken.

Zeer handig voor de opslag van hemelwater zijn de pallet-grote IBC-tanks (Intermediate Bulk Containers, gepatenteerd in 1992). Als tenminste je leverancier betrouwbaar is inzake de (chemische samenstelling van de) inhoud. Ze worden gebruikt in de industrie voor opslag en transport van vloeistoffen en zijn makkelijk stapelbaar, herbruikbaar en verplaatsbaar (met vorkheftruck of transpallet).

Bij recentere woningen is regenwateropvang verplicht. Meestal wordt er dan een pomp voorzien om dit grijze water te gebruiken voor toilet, wasmachine ed.

Op hellingen kan je terrassen aanleggen. Je krijgt dan vlakke delen om gewassen op te telen, en het afstromende regenwater wordt hierdoor ook vertraagd en opgevangen. Ook contourploegen is een optie.

Als er soms hevige buien zijn loont het de moeite om op lagere punten een verzamelbekken of vijver te voorzien (en zoveel mogelijk waterdicht te maken natuurlijk).  Zorg errond voor schaduw, plant wilgen. Kweek eventueel eendenkroos.

Je kan uiteraard ook een put graven, boren of slaan. Of waar dat toegestaan is oppervlaktewater opvoeren (vijver, sloot, rivier…).

Water dat je kan recupereren:

  • Keuken: was en spoelwater (van zonder sproeistoffen geteelte producten). Kooknat eerst laten afkoelen.
  • Wasmachine: het waswater (met weinig bio-zeep) en het spoelwater
  • Poetsen, ramen zemen: idem, met spons of dweil kan je water terug opvangen of opnemen.
  • Badkamer: water met weinig biologische zeep is bruikbaar
  • Plas in een bokaal of fles(met grote opening) zodat je de urine kan verdunnen voor gebruik, of rechtstreeks in de tuin (maar niet steeds op dezelfde plekjes). Spaar veel water door een composttoilet te gebruiken.

Houd de bodem ook tussen de gewassen bedekt met mulch of begroeiing. Dat zorgt voor schaduw overdag, en voor dauw en condens ’s morgens. Het weinige water dat je hebt gebruik je natuurlijk erg zuinig, bv met een olla pot.

Bij erge en langdurige droogte kan je gaan nadenken over nevelvangers of dauwschermen zoals die in de Andes gebruikt worden, of over condenspotten (type Waterboxx).

Japanse snoeimethode: daisugi

In de buurt van Kyoto wordt nog steeds een bosbouwtechniek gebruikt die in de 14de eeuw in de Kitayama regio werd ontwikkeld om op de beperkte, beschikbare oppervlakte toch relatief veel bruikbaar timmerhout te produceren. Het is vergelijkbaar met onze historische techniek van het knotten om hakhout te voorzien: een boom wordt laag afgezaagd waardoor er opslag ontstaat die om de 7 tot 12 jaar kan geoogst worden. De moederstronk vormt een ‘stoof’ waarvan vele generaties kan geoogst worden. En je verzamelt ‘stammen’ zonder de ‘boom’ te kappen.

Daisugi wordt toegepast om zeer kwaliteitsvol en recht timmerhout te krijgen. Daarbij krijgen moederboom en scheuten een verzorging die wat lijkt op het kweken van bonsai. Een ceder, de Kitayama sugi (Cryptomeria japonica) wordt gekapt op 50 tot 60 cm boven het maaiveld.

Net zoals bij de bomen in onze aangeplante bossen, laat men veel scheuten dicht bij elkaar groeien. Hierdoor gaan de stammen sneller en vooral mooi recht omhoog. Alle stammen staan op dezelfde moederboom, en zijn dus uniform. Om de 3 tot 4 jaar worden de stammen waar nodig takvrij gemaakt. Hierdoor blijft het hout ook knoestvrij.

De basisboom kan honderden jaren meegaan, en er kan om de 20 tot 30 jaar van geoogst worden. Gezien de twijgen telkens van bij de start al kunnen rekenen op het steeds uitgebreider bestaande wortelgestel groeien we veel sneller dan nieuwe zaailingen of aanplant, en kan er van één moederboom dus veel meer massa geoogst worden. (Eén bron beweert dat de scheuten ook kunnen geplant worden. Ik vond nergens een bevestiging dat deze soort te stekken zou zijn.)

Een basisboom kan 200 tot 300 jaar oud worden en op een diameter tot 15 meter dan tot 100 scheuten dragen. Het hout van deze stammen is 140% meer flexibel, en 200% vaster en sterker dan bij vollegrond familieleden.

Deze rage nam af na de 16de eeuw, maar de techniek bleef in gebruik omdat het hout nog steeds gewild is voor ornamentale theehuizen in siertuinen, waar het vooral in de dakconstructie gebruikt en te zien is.

Op foto’s zie je de Japanse boomverzorgers (niwashi) en tuiniers letterlijk van kop tot teen in het blauw gekleed. Enkel hun gezicht is vrij. Dit is geen smurfenadoratie of jeansfanatisme. Ze gebruiken natuurlijk  blauw geverfd katoen. De kleurstof in het textiel is afkomstig van een plant die van nature insectenwerend is en beestjes weghoudt zonder chemicaliën te gebruiken.

Voor afbeeldingen kopieer je maar eens daisugi in je browser, ik vind niet meteen rechtenvrije foto’s.