Tagarchief: dans

Dansmaatje

Laatst op een Salsa & Boogie night werd een korte reeks disco afgewisseld met bachata. 
Eén disco koppel bleef gewoon enthousiast verder disco dansen. Wat perfect kan. Beiden genres gebruiken, zoals de meeste songs, een 4/4 maat. Waardoor het volgende koppel dat de vloer op kwam er ook prima op kon dansen wat zij er in voelden en hoorden: chachacha. Pas het derde koppel had de mening die ik in dit geval ook met de DJ deelde.  Zelfde muziekje, 3 verschillende dansen. Moet kunnen.
Twerkt als het ritme goed zit… Zolang je de anderen maar respecteert en niet als een pletwals wegdrumt.
In dansscholen zie je het ook soms. Vooral waar er niet aangekondigd wordt welke dans er komt.  Op basis van de muziek bepaal je zelf de dans. Vaak merk je dan dat het eerste koppel op de vloer de trend zet. Zo wordt een boogie soms een quickstep. Of andersom. Ik heb al samba’s zien veranderen in salsa’s. Chachacha en disco zitten elkaar vaak heel dicht op de hielen. Samen met veel minder vaak gedraaide merengue.
Mambo en salsa zijn voor veel danser absoluut niet van elkaar te onderscheiden, om nog maar te zwijgen van een opsplitsing in stijlen als bijvoorbeeld Cubaanse salsa en LA style.
En eigenlijk vind ik het wel prettig als dit allemaal broederlijk naast elkaar kan.
Wel pijnlijk, grappig en idioot is het wanneer de DJ een foute aankondiging  doet. Zijn langzame wals blijkt een slow fox te zijn. Terwijl vooral enthousiaste beginners blijven proberen om dan toch maar langzame wals te dansen. Zo geconcentreerd dat ze zelfs niet merken dat meer ervaren dansers ondertussen al lang overschakelden op passende slow fox passen.
Eigenlijk zou iedere zich zelf respecterende platendraaier zichzelf moeten verplichten om minstens 2 jaar dansles te volgen. Om niet enkel maar het ritme en de beats  op elkaar af te stemmen of te laten overvloeien. Wat tegenwoordig trouwens geen kunst meer is . De computer flikt het beter dan gelijk welke diskjockey.
Maar vooral om ook oog, of liever nog oor te krijgen voor de maat en het tempo. En arrangement en stijl.
Vaak is het ook een kwestie van gevoel, van eigen aanvoelen. Of ervaring.  Regelmatig wordt er goede, moderne Argentijnse tango muziek gedraaid om gewone tango op te dansen. Naar mijn gevoel vloekt dat. Maar wie bepaalt waar de grens ligt? (Gewoon ieder voor zich toch?)
Ik heb zelfs al bij het doornemen van een playlist met live muzikanten vreemde opmerkingen gekregen. Ze hadden de lijst al voorbereid. Zoals gebruikelijk, gegroepeerd per 2 gelijkaardige dansen. Ze vonden het onbegrijpelijk dat ik een disco en een mambo een verschillende stijl noemde. Om me van hun gelijk te overtuigen speelden ze van beiden een matig stukje, en lieten me op het keybord zien dat het ritme perfect hetzelfde was… Dan is de maat wel vol.
Van muzikanten verwacht je dan toch nog iets meer muzikale kennis en gevoel voor accenten en stijl dan van een platenruiter.
Anderzijds, als zelf deze groepen (would be) ‘professionals’ het verschil niet merken kan je het zeker dansliefhebbers niet kwalijk nemen.
Gelukkig heeft mijn dansmaatje meestal wel hetzelfde gevoel voor maat als ik. 
Dansen is 1 van de weinige dingen die je niet met mate moet doen. Wel op de maat.
Lets just dance and have fun.

Leren dansen

Ieder schooljaar, van eind augustus tot half september, zijn er weer in zowat alle dansscholen, dansclubs en dansverenigingen opendeurdagen.
Hét zoekmoment voor singles die een kans ruiken om een partner te veroveren, voor koppels om aan een nieuwe uitdaging te beginnen, voor doof gezeurde mannen die hun vrouw willen bewijzen dat ze écht niet kunnen dansen en voor suffe TV kijkers die na vb. Sterren op de dansvloer,  of So you think you can dance, geloven dat je op één week kan leren dansen als een showbeest.
Maar ook het moment om even terug met twee voeten aan de grond, of aan de dansvloer te komen. De eerste en tweedejaars koppels die je over de vloer ziet stuntelen, soms lijkt het zelfs dansen, dat zijn enkel de moedigen die met veel oefenen al één of twee jaren overleefd hebben. Driekwart viel al af, en hun gehotsebots zal je dus niet te zien krijgen. En de zwierig zwevende koppels die je ziet  zijn al jaren aan de slag. Oke, het kan sneller. Als je dagelijks, of meerdere uren en keren per week oefent. Maar dat is meestal niet de intentie.
Dat is dan ook aan de meeste liefhebbers niet besteed. Hoeft ook niet. Veel belangrijker is dat je er plezier in hebt. Of krijgt. Dansen is niet alleen maar show en prestatie. Het is ook sport. Het is cultuur. Het is sociaal. En gezond. En fijn. En gezellig. Dat is natuurlijk al een hele andere instelling dan de ambitie om het sterrendom te bereiken. Hollywood wacht niet echt -echt niet op onze moves.
Een dansavond kan bestaan uit 6 Duvels en 3 dansen, of uit 30 (en meer) dansen en iets fris. In het laatste geval is er sprake van danssport. In het eerste geval, euhh… eerder van een excuus. Om te drinken. Terwijl dans als sport natuurlijk net wel goed is voor je conditie, je (over)gewicht, je BMI, je uithoudingsvermogen, je reflexen, lenigheid, coördinatie, geheugen enz.
En als je samen in groep lessen volgt, en samen naar oefenavonden gaat, dan ontstaan er al snel gezellige vriendenkringen. Je leert elkaar steeds beter kennen. En dansen wordt ook weer uitgaan. Met vrienden. Zoveel beter dan de hele avond passief TV kijken. Zonder iemand te ontmoeten. Of klagen en zeuren over het weer en politiek.
Dansen is ook genieten. Niet die eerste 2 jaren. Dan moet je te veel opletten. Je passen tellen, je figuren herinneren, overgangen maken, aan je houding denken… Maar net als fietsen wordt veel daarvan na verloop van tijd vanzelfsprekend. De automatische piloot zorgt er voor. En dat geeft je dan, na enkele jaren, tijd om te praten, te experimenteren, te fantaseren en te genieten. Een investering op iets langere termijn dus.
Vergeet dus maar het de ‘ik leer dansen in 1 week’ idee. Maar aan de andere kant: je kan het heel lang blijven doen. Tot je 88ste. En net als goede wijn, het wordt met de jaren beter.
Er is een zeer levendige salsa-scene waarin ook bachata een plaatsje heeft veroverd. Sporadisch worden zouk en merengue gedanst, of wordt er kizomba aangeleerd. Als je eenmaal in het circuit zit, leer je over het hele land de beste salsafeesten en fuiven kennen.
Een gelijkaardige belevenis ervaar je bij de Argentijnse tango, waar het tempo wat rustiger en de dans wat statiger is. Beide gemeenschappen worden ook gekenmerkt door het feit dat iedereen er gemakkelijk met iedereen danst.
In dansscholen wordt er eerder in vaste koppels gedanst. De aangeleerde standaarddansen bestaan uit ballroom (quickstep, tango, Engelse of langzame wals, Weense wals en slowfox) en latin (chachacha, jive, rumba, samba (en soms paso doble)). Meestal wordt er ook nog, soms in afzonderlijke korte reeksen disco en boogie gegeven. Ook wel eens mambo of mars. Af en toe popcorn.
Keuze te over om wereldwijd iedere vorm van oorlogvoeren, conflicten en ruziemaken te vervangen door een aangepaste dans.
So, let’s dance!

(Alles over dans:  zie website DansFans , ook voor de opendeurdagen)