Categorie archieven: Dans

Welke dans doe je op welke muziek?

Welke muziek gebruik je voor een bepaalde dans?

Een vraag die vaak terugkomt. Dus ik zet mijn antwoord even op tekst…

“Wij (Talpa Entertainment Producties) maken een nieuw programma (De Dansmarathon okt. 2021) en ik ben heel erg benieuwd waarop u de keuzes baseert voor de muzieklijsten… naar welke punten u kijkt om te bepalen dat er een bepaalde dansstijl op het nummer gedanst kan worden.”

Ik vind het een goede vraag. Ik begrijp het probleem, de vraag komt vaak terug.

Op gevarieerde dansavonden vragen dansers bij de start van een nummer me ook geregeld: ‘Wat dans je daarop?’ En een snel antwoord is dan meestal zoiets als: ‘Quickstep of boogie, wat je graag wilt…’ Wat aangeeft dat een éénduidig en kort antwoord niet voor de hand ligt.

Op andere dansavonden kondigt de DJ niet het nummer, maar de dans aan. Waaruit ook vaak blijkt dat ze geen danservaring hebben, of slechts in beperkte stijlen. Een merengue wordt als salsa aangekondigd, of verward met een samba. En vaak zijn er zelfs danskoppels die de aankondiging volgen, en niet merken dat ze halsstarrig een langzame wals proberen te dansen op een slowfox.

Ik ben lijstjes gaan maken nadat ik op één dag bij 2 DJ’s een salsa vroeg, en die niet dacht te krijgen. De tweede keer begreep ik dat ze in hun lijst ‘salsa’ intikten en dan meteen Red Hot Salsa draaiden. En allicht verwonderd waren dat ik ondanks mijn verzoek geen salsa ging dansen. Op een leuk countrynummer.

Het is dus niet zo eenvoudig als rekenen of tellen. Even kijken naar het BPM, en het ritme bepaalt de dans. Niet dus. Ik heb ooit met een (!) dansorkest vooraf hun playlist overlopen, en ze waren zéér verwonderd dat hun geplande 2 opeenvolgende nummers met exact dezelfde BPM respectievelijk mambo en quickstep waren. (Op dansavonden worden dansen meestal per 2 (dezelfde dansen na elkaar) gedraaid.)

De maat waarin de muziek gespeeld wordt geeft wel een aanduiding. Complexe maten van bv folk- en bluesmuziek even buiten beschouwing gelaten. In populaire muziek herken je makkelijk een maat van 3 (Hoem-pa-pa, André Rieu, Stauss ed.) Dan gaat het om een wals. De stijl en het ritme bepalen of het een langzame-, Amerikaans- , Argentijnse … is.

Daarnaast is er de (minder gebruikte) maat van 2 en vooral de maat van 4. (Het onderscheid is echt niet altijd makkelijk.) Hetgeen betekent dat zowat alle dansen (buiten walsen) daarop kunnen gedanst worden.

Verder onderscheid wordt o.a. gemaakt op basis van de gebruikte instrumenten en arrangementen, de accenten in het ritme en het tempo. Je zal in de playlists op de website merken dat er bij een dansnummer vaak nog meerdere opties vermeld worden. Ook dat kan perfect.

Ik denk dat ervaring de enige manier is om onderscheid te kunnen maken. Toen ik disco leerde dansen kon ik op alle swingmuziek disco dansen. Toen ik de Jive leerde maakte ik onderscheid tussen die twee, en kon nog op alle swingmuziek dansen. En later zorgde de Hustle en de boogie, en de popcorn en de Lindyhop voor weer meer onderscheid. Maar wie geen popcorn, Hustle of East Coast Swing danst, hoort gewoon wat ie wél danst, en gaat vb. met disco aan de slag. En dat vind ik niet eens fout. 😊

Vaak is wat je geleerd hebt bepalend. Als dansschool A Banger Hart draait gaat iedereen spontaan chachacha dansen, en in dansschool B is dat disco. Het kan beiden. (Hoewel het niet de kenmerken heeft van een klassiekere chachacha.)

Een bijkomende moeilijkheid is dat succesvolle songs in verschillende uitvoeringen worden gemaakt en gebracht. Covers en remakes kunnen bij hetzelfde nummer voor soms 8 dansuitvoeringen instaan. Veel klassiekers krijgen een (steeds populairder wordende) salsa-versie. Er zijn dansorkesten die gespecialiseerd zijn om uitvoeringen te brengen die soms sterk afwijken. Ook François Glorieus kon op dit vlak meesterlijke uitvoeringen en zelfs improvisaties brengen.

De beste manier om het onderscheid te kunnen maken is nog steeds enkele jaren zelf al deze dansen doen. En dan nog zal je oordeel nooit arbitrair zijn. Ook je gevoel, de sfeer en je entourage bepalen welke keuze je op dat moment maakt.

Ik vrees dat er geen wondermiddeltje is waarmee je -al dan niet ondersteund door software en DJ-tools al Virtual DJ e.a.- snel (en technisch) kan bepalen welke dans op welk nummer kan gedaan worden. Voor sommige songs is het duidelijk, bij andere zullen zelfs onder dansliefhebbers en kenners de meningen of voorkeuren verschillen.

(In de playlists vind je vooral gekende en populaire muziek, en de meest gebruikelijke dans(en) voor de normale uitvoering.)

De dansende plant

De naam Telegraafplant verwijst naar oude communicatiepalen waarop bewegende seinarmen stonden. De dancing plant (Desmodium Gyrans) is een tropisch Azië struik waarvan bladeren snelle bewegingen kunnen maken.  Ook het Kruidje-roer-mij-niet (Mimosa pudica) en de venusvliegenvanger (Dionaea muscipula) beheersen deze voor planten wat vreemde kunst.

De bladeren reageren op licht en trillingen in de lucht, waardoor het lijkt alsof de plant meebeweegt op de muziek, in een vlot tempo.

Ieder hoofdblad heeft een scharnier waar meer het kan draaien om meer zonlicht op te vangen. Maar het kost veel energie om de zware bladeren te verplaatsen. Om de beweging te optimaliseren, heeft elk groot blad aan de basis twee kleine blaadjes. Die bewegen constant in een elliptisch patroon, zoeken de intensiteit van het zonlicht en richten het grote blad naar het gebied met de meeste lichtopbrengst.

De snelle bewegingen zouden ook helpen om bladeters af ​​te schrikken, en of mogelijk vlinders te lokken. Praten doen ze nog niet (verstaanbaar), dus het blijft wel wat gokken. In ieder geval, deze plant heeft moves.

https://www.youtube.com/watch?v=n8fXz9SCjdg

Shim Sham dansplezier voor iedereen

Zelfs als je niet danst is een  Lindyhop dansfeest een aanrader. Het is met geen enkele andere dansavond te vergelijken. Een overwegen jong publiek met antieke outfits swingt lachend en wat vrolijk gek over de vloer. Je proeft de energie, de (quasi) nonchalante dansstijl en een toets van 100 jaar oud dansplezier met enthousiaste kreten, handengeklap en aanmoedigingen. Meestal is er ook een live band die prachtige jazzy oldtimers serveert. Petticoat en hoge kapsels, bretellen en petten zorgen voor het juiste accent. En plots een geanimeerd gejuich als ‘Tain’t What You Do’ te horen is. In een kring, met gebogen knieën, wordt schouder aan schouder de Shim Sham ingezet. Gluur even mee…

Leonard Reed beweerde de Shim Sham te hebben gemaakt. Hij trad met Willie Bryant op als tapdanser in de jaren 1920 en ’30. Zang-en-dansgroep de Whitman Sisters had eigen shows: toen zowat de langstlopende (1900 tot 1943) en best betaalde acts op het circuit van zwarte vaudeville. Toen Reed en Bryant in 1927 voor hen optraden vroegen die het duo om een finale te maken die de hele cast samen kon dansen. Ze gebruikten een routine met vier tapsequenties die populair waren bij koormeisjes en verbonden die met breaks (pauzes).
Reed en Bryant noemden de choreografie oorspronkelijk de Goofus omwille van de goofy (stomme, gekke) manier waarop ze het uitvoerden, vaak op de tonen van ‘Turkey in the Straw.’

De dans was gemakkelijk genoeg om iedereen te laten meedoen. Aan het einde van vele optredens kwamen alle muzikanten, zangers en dansers samen op het podium en deden nog een laatste routine: de Shim Sham Shimmy en nodigen iedereen uit om mee te doen.

Een van de dansers van de show (Joe Jones) werd ontslagen, ging in 1931 naar New York en stichtte er een groep ‘The Three Little Words’. Ze dansten de choreo in Connie’s Inn in Harlem en noemden het Shim Sham (vlgs Stearns ‘Jazz Dance) of gingen (vlgs Reed) naar de club Shim Sham, en noemden de ‘Goofus’ (met toevoeging van een snelle schoudershake?) Shim Sham Shimmy. Vanaf dan kwam hij op diverse podia in Harlem, en werd snel verspreid en populair.

Volgens 50-jarige tapveteraan Harold Cromer (bekend als Stumpy van het beroemde comedy-tap-team Stump en Stumpy) was de Shim Sham Shimmy met de koormeisjes van de Apollo in New York vroeger een sexy dans met franjes en hoge hakken.

De Shim Sham is een van de bekendste solo lindy hop routines, gedanst als een solo, koppel- of groepsdans in een kring, oorspronkelijk dan met de armen op elkaars schouders. De authentieke tap-routine is in 1980 door Frankie Manning getransformeerd tot een geweldige jazzroutine. In het tweede deel worden alle breakpassen vervangen door een even lange ‘freeze’. Afsluiten gebeurt met twee Boogie Back / Boogie Forward- en twee Boogie Back / Shorty George-passen. Het resterende deel van de song wordt er freestyle Lindy Hop gedanst. Tijdens dit gedeelte roept er altijd wel iemand ‘Freeze!’, ‘Dinosaur’ of ‘Slow motion!’ waarop iedereen gepast improviseert tot er weer ‘Dance!’ klinkt.

De Shim Sham past het beste op swing-songs waarvan de melodielijnen op beat acht beginnen, net als de choreografie. (En dat maakt het voor klassieke dansers extra moeilijk.) Niemand blijft zitten of staan op de tonen van ‘Tain’t What You Do (It’s The Way That Cha Do It)’ van Jimmie Lunceford and His Orchestra. Ook geschikt zijn ‘The Shim Sham Song’ van Bill Elliot Swing Orchestra, ‘Tuxedo Junction’ van Erskine Hawkins of ‘Stompin at the Savoy’ van George Gee-band.

Volgens tapdanser Howard ‘Stretch’ Johnson was het woord ‘Shim’ een samentrekking van ‘she-him’, een verwijzing naar de mannen die in de 101 Ranch vrouwelijke koorlijndansers speelden.
SHIM-SHAM is een slangachtig woord dat gebruikt wordt om te vragen of iemand kan volgen wat je zegt of bedoelt. Ontstaan als SHee what IM SHAyiNg. Synoniemen: Yameen (You know what I mean: Je weet wat ik bedoel?)

Ook als je de Shim Sham niet of amper kent kan je toch vrolijk meedoen. Je leert het al doende. There are no mistakes in swing… only variations. Meer dan choreografie, gaat de Shim Sham over plezier maken!

Jarenlang moest je voor Lindyparty’s naar grotere steden (A’pen, Gent…) en was dit in Limburg (be) bijna onbekend. Sinds 2017 brengen de cursussen van Shake Lab en Apollo Dream, en de avonden van de Limburgse Lindyhoppers daar gelukkig verandering in. CU there…