Categoriearchief: Tuin

Zuinig water vangen en recupereren voor de tuin

Droge zomer, droge tuin… Waar recupereren we nog wat extra water?

Uiteraard zorg je er voor dat je regenwater kan opvangen. Als het zelden of weinig regent loont het de moeite om tijdig (en tijdelijk) extra zeilen te spannen om de druppels te verzamelen.

Vooral via goten aan de daken, en via de afvoerbuizen kan je handig collecteren. Er bestaan in de handel en de doe-het-zelfzaken meerdere soorten kant en klaar ‘automaten’ om regen via de pijp af te vangen (soms ‘regendief’ genoemd). Je kan ook zelf een systeempje in elkaar knutselen. De overloop leid je naar 1 of meer tonnen. Volgende exemplaren staan dan telkens iets lager (in ‘cascade’), en worden automatisch via een overloop gevuld als de vorige vol is.

Je kan op de toevoer filters voorzien, bv eerst een bladvanger van kippengaas, (een bezinkputje of bakje) wat verder een zeef van vliegengaas (of glasgordijn), en eindigen met een nylonkous.

Zorg dat de tonnen hoog genoeg staan om aan de onderkant een kraantje te maken waar een gieter of emmer onder kan, of waaraan je een tuinslang (voor korte afstanden) vastmaakt. Maak de vaten leeg voor het gaat vriezen zodat ze niet barsten door het uitzettende ijs. Bij lichte vorst kan je dit opvangen door meegevende drijvers op het water te leggen (hout, een lege waterdichte doos,..)

Dek alle openingen af, zodat er geen muggen in kunnen. Anders worden het kweekpoelen. Weer zoveel mogelijk zon en licht, om algengroei te beperken.

Zeer handig voor de opslag van hemelwater zijn de pallet-grote IBC-tanks (Intermediate Bulk Containers, gepatenteerd in 1992). Als tenminste je leverancier betrouwbaar is inzake de (chemische samenstelling van de) inhoud. Ze worden gebruikt in de industrie voor opslag en transport van vloeistoffen en zijn makkelijk stapelbaar, herbruikbaar en verplaatsbaar (met vorkheftruck of transpallet).

Bij recentere woningen is regenwateropvang verplicht. Meestal wordt er dan een pomp voorzien om dit grijze water te gebruiken voor toilet, wasmachine ed.

Op hellingen kan je terrassen aanleggen. Je krijgt dan vlakke delen om gewassen op te telen, en het afstromende regenwater wordt hierdoor ook vertraagd en opgevangen. Ook contourploegen is een optie.

Als er soms hevige buien zijn loont het de moeite om op lagere punten een verzamelbekken of vijver te voorzien (en zoveel mogelijk waterdicht te maken natuurlijk).  Zorg errond voor schaduw, plant wilgen. Kweek eventueel eendenkroos.

Je kan uiteraard ook een put graven, boren of slaan. Of waar dat toegestaan is oppervlaktewater opvoeren (vijver, sloot, rivier…).

Water dat je kan recupereren:

  • Keuken: was en spoelwater (van zonder sproeistoffen geteelte producten). Kooknat eerst laten afkoelen.
  • Wasmachine: het waswater (met weinig bio-zeep) en het spoelwater
  • Poetsen, ramen zemen: idem, met spons of dweil kan je water terug opvangen of opnemen.
  • Badkamer: water met weinig biologische zeep is bruikbaar
  • Plas in een bokaal of fles(met grote opening) zodat je de urine kan verdunnen voor gebruik, of rechtstreeks in de tuin (maar niet steeds op dezelfde plekjes). Spaar veel water door een composttoilet te gebruiken.

Houd de bodem ook tussen de gewassen bedekt met mulch of begroeiing. Dat zorgt voor schaduw overdag, en voor dauw en condens ’s morgens. Het weinige water dat je hebt gebruik je natuurlijk erg zuinig, bv met een olla pot.

Bij erge en langdurige droogte kan je gaan nadenken over nevelvangers of dauwschermen zoals die in de Andes gebruikt worden, of over condenspotten (type Waterboxx).

Zaaien: wanneer, hoe diep, welke grond,…

Meestal zijn het beginners die jaarlijks steeds dezelfde vragen via sociale media stellen. Voor Dummies, in een notendop… Als je doorklikt op de links kom je bij andere notendopjes hierover.

Hoe diep?

Vuistregel: 2 tot 4 keer de dikte van het zaad. Een beetje meer of minder kan echt geen kwaad.

Lichte, zandige grond droogt gemakkelijk uit (en (zowel zaad als grond) waait weg, dus best wat dieper. Zware kleigrond kan ondoordringbaar worden, dus wat minder diep.

Je kan het zaaigeultje vullen en afdekken met een mengsel van humusrijke grond die beter vocht vasthoudt en aarde van ter plaatse. Half-half, of volgens beschikbaarheid.

Belangrijk: houdt het vochtig, anders gaat het zaadje (met eventueel worteltje en stengeltje) dood. Niet nat, want dan gaat het schimmelen.

Lichtkiemers (bv gras, aardbei, sla, tabak) mogen op de grond liggen. Een beetje bedekken of inharken vermijdt dat ze wegwaaien. Breedwerpig zaaien (voor gras en graan) wordt hier uitgelegd.

Zaadjes worden gezaaid, plantjes geplant (en aardappelen gepoot). (Het verschil? )

Zaden beschermen

Zaden zijn ook voedsel. Denk aan muesli of kippenvoer. O.a. ons brood maken we van gemalen graan. Slimme vogels teisteren soms een veldje, en pikken een deel van de zaaigeul leeg. Zaai diep genoeg, gebruik in de wind bewegende vogelverschrikkers en struikeldraden (zoals over een vijver, tegen reigers). Bodembedekking helpt. Tunneltjes van kippengaas ook.

Zelf teeltaarde maken

Verzamel herfstbladeren en laat ze vergaan. Dan heb je mooie, zwarte bladgrond.

Als je het mengt met ander natuurlijk materiaal dat mee vergaat spreken we over compost. Is ook prima.

Zaden voorweken

Zaden worden gedroogd bewaard, anders gaan ze schimmelen en rotten. Maar om tot leven te komen hebben ze vocht nodig.

Grote zaden (erwten, bonen, maïs, zonnebloem) laat ik 24 uur voorweken (door ze gewoon onder lauw water te zetten). De startvoorraad vocht die ze dan krijgen hoeven ze niet uit de grond te halen. Dat spaar hen veel tijd.

Voor kleine zaadjes vind ik het niet handig. De vochtige smurrie blijft dan aan je vingers kleven. Eventueel kan je ze tussen wat vochtig gehouden keukenrol laten weken, en de strookjes daarna in de zaaigeul leggen.

Wanneer zaaien?

Een moestuin begin je als de vorstperiode voorbij is. Dat is meestal in maart of april. Of na de ijsheiligen (11-14 mei). Daarna is de kans op koud voorjaarsweer en late nachtvorst minder, en lopen jonge plantjes minder risico op bevriezing. Een exacte datum is er dus niet. Die zou van jaar tot jaar verschillend kunnen zijn. De timing is ook afhankelijk van breedtegraad, ligging, helling, grond, klimaatverandering, zaadsoort, temperatuur (dag / nacht), aantal uren zonlicht.

Op zaadzakjes, zaaikalenders of moestuinkalenders vind je de geschikte periodes voor vroege en late soorten. Spreid het zaaien in de tijd: beter iedere week één krop sla, dan 35 kroppen in week 25.

Biologisch dynamisch landbouw houdt voor het geschikte zaaimoment ook rekening met de stand van hemellichamen.

Je kan vroeger zaaien achter glas in een schaaltje op de vensterbank, of in een kas of broeibak, en dan later afharden). Of gebruik maken van een fruitmuur, bedden e.a. tips om vroeger en later te zaaien en oogsten.

Verspenen of uitplanten

Wat je binnen hebt voorgezaaid staat allicht te dicht bij elkaar. Rekening houdend met afmetingen van de volwassen plant moet je dus gaan verspenen. Niet alle groenten verdragen dat. Wortelgewassen haten het. Prei heeft er geen probleem mee. Vooral de heel fijne, onzichtbare haarworteltjes breken en drogen snel uit. Mét grond, vanuit een potje verplanten lukt dus meestal veel beter.

Je kan zelf (smeerwortel)gier en groeihormoon maken om de groei te stimuleren.

Problemen

Doorschieten: plantjes worden (te) snel groot met een zwakke, dunne stengel. Ze groeiden dan te snel, te warm. Sla vb is een koudekiemer! Plofkippen zijn klaar in 6 i.p.v. 18 weken. Waarom zou je ploftomaten of plofgroenten willen? Geef ze de tijd die ze nodig hebben om op te komen en te ontwikkelen (vb aardappel: 65-90 dagen).

Verschrompelen: waarschijnlijk te droog, te heet.

Schimmel of rot: waarschijnlijk te nat, te weinig ventilatie en verluchting.

Graven of ploegen veroorzaakt een naakte aarde die makkelijk uitdroogt. In de biologische tuinbouw vermijden we dat o.a. door bodembedekkers, tussenteelten en mulchen.

Water geven

Geef geen koud water op warme grond en planten (in de kas), dat is een koude douche. Doe het op de grond, niet op de plant, en liefst ’s avonds.

Gebruik eventueel het doopselprincipe, of gebruik een olla.

Kosten

Om te tuinieren hoef je geen tuincentra leeg te kopen. De natuur heeft dat ook niet nodig.

Je hebt geen houten (of erger, kunststof) bak of kas nodig. Werk gewoon op en in de grond.

Je hebt geen steriel gemaakte ‘teeltaarde’ nodig. Wel grond waar leven in zit. Dus niet enkel zand.

Je hebt geen worteldoek of afdekplastiek nodig. Alle droog, organisch materiaal is geschikt als bodembedekkende mulch. (Als het tenminste niet besproeid werd.)

Je hebt geen kunstmest of gedroogde mestkorrels nodig. Alle opgestapeld, vochtig organisch materiaal (weer zonder gif) vergaat tot compost.

Alternatieven om zaden en planten aan te kopen zijn ruilen (Velt e.a.) en lenen (zadenbib), eventueel samen aankopen.

Meer info nodig? Gebruik de zoekfunctie op de website.

Begin klein, en ervaar wat je (aan)kan.

Houtas in de groentetuin of op de composthoop?

De vroegste vormen van landbouw en ‘bemesting’ maakten al gebruik van brandcultuur of vuurcultuur.

Verbranding van zuiver hout (ook houtpellets) verbruikt alle organische stof zodat er alleen snel opneembare mineralen overblijven.  De samenstelling van as is afhankelijk van de gestookte houtsoort(en). Als doorsnee houtas in tuincentra zou worden verkocht, zou op de verpakking een NPK waarde – N (stikstof) P (fosfor) K (kalium) – van 0-1-3 staan.

Voorkomende elementen zijn met benaderen aandeel: calcium: 20 tot 53%, fosfor: 1 tot 7%, silicium: 14%, kalium: 6 tot 20%, magnesium: 1 tot 5%, zwavel: 2% en sporenelementen zoals koper, zink, ijzer,…

Stook zuiver, droog hout, met voldoende luchtaanvoer om een hoge temperatuur en een volledige verbranding te krijgen. Dan bevatten rook en houtas zo weinig mogelijk dioxines!

Op de composthoop versnelt houtas de initiële fasen van het composteringsproces, maar verhoogt ook de ammoniakemissie tijdens de compostering. Hierdoor vertraagt het composteringsproces weer, veel stikstof vervliegt dan als ammoniak en veel van je humus verdwijnt als CO2. Gebruik het met mate, in dunne laagjes. Gebruik het liever op de bodem, en niet samen met compost.

In voorjaar en groeiseizoen kan je maximaal 100 gram per m² strooien bij ongeveer alle groenten. Dat is een dun laagje stof op de grond.  Een halve emmer bevat ca. 2 kg as. Houtas is heel licht en gaat gemakkelijk vliegen. Strooi voorzichtig en laag bij de grond (zoals op  een strooiweide bij het kerkhof 😊).

Strooi niet in het winterse stookseizoen. Kalium is volledig in water oplosbaar en spoelt snel uit.

Strooi ook niet op de planten. De aanwezige loog en zouten kunnen ze verbranden.

Kalk in houtas verhoogt de Ph waarde van de grond. Heb je een Ph van 6.5 tot 7 of hoger, gebruik dan weinig houtas in je moestuin. Beter niet bij zuur minnende planten als azalea’s, blauwe bes, veenbes, aardappelen en rabarber. 

Houtas is een probaat middel tegen knolvoet bij koolsoorten.

En een natuurlijke afschrikmiddel tegen slakken zolang de zouten niet opgelost zijn door dauw of neerslag.

Andere toepassingen

  • Kippen nemen heel graag een zandbad of stofbad. Diatomeeënaarde wordt gebruikt tegen o.a. vogelluis. Scherpe elementjes kwetsen het ongedierte zodat het sterft door uitdroging. Om die reden strooi ik ook houtas in het kippenhok.
  • Houtas bevat kaliumcarbonaat en is daarmee milieuvriendelijker dan op chloride gebaseerde zouten. Het kan helpen ijs en sneeuw te smelten (zwart neemt ook zonnewarmte op) en gladheid op looppaden te bestrijden.
  • Het beste en goedkoopste middel om zwart geworden kachelglas te poetsen: een prop vochtig krantenpapier in de assen doppen, en poetsen maar. Ook efficiënt voor zwartgeblakerde ketels. (Je kan met loog of assen ook zeep maken).