Categorie archief: Tuin

Zaaien of planten ?

“Wanneer kan ik mijn zaadjes gaan planten?” Een ergerlijke vraag die ieder voorjaar vaak op sociale media ‘in de groep gegooid’ wordt.

Zaadjes plant je niet, die zaai je. Zaaien is het in de grond brengen van zaad. Fijn zaad wordt gemengd met zand of een andere vulstof voor een betere verdelen van het zaad. Je kan droog zaad of voorgekiemd zaad gebruiken: dit heeft dan een nachtje in water geweekt.

Zaaien kan met de machine of met de hand, breedwerpig of op rijtjes.

Poten is het in de grond stoppen van (kiemende) (poot)aardappelen (of pootgoed).

Poten wordt ook al eens voor andere knollen en wortelen gebruikt, en soms zelfs (m.i. onterecht) voor planten.

Ga je plantjes die worteltjes en een stengel hebben in de grond zetten, dan heet dat planten.

Uitplanten (of (ver)spenen) doe je als je jonge zaailingen in vollere grond zet.

Bij verspenen worden jonge, dicht op elkaar staande kiemplanten in potjes of op voldoende onderlinge afstand in volle grond gezet. Meestal gebeurt dit als de eerste twee ware bladeren, dit zijn de eerste blaadjes na de kiemblaadjes, tevoorschijn zijn gekomen.

Bij grotere zaden wordt onterecht soms over ‘planten’ gesproken. Bonen en erwten zaaien we. Uien en look planten we (tenzij je de zaadjes zaait!).

Aardbeienstruikjes (bewortelde uitlopers) worden geplant. Maar je kan ook de zaadjes van de vrucht lospeuteren en die zaaien.

Aardappelknollen worden gepoot. Als je zaad uit de bessen op de aardappelstruik haalt, kan je aardappelen ook zaaien. Je krijgt dan andere nakomelingen dan uit knollen, misschien zelfs een nieuw ras.

(En stekken doe je als je een houtig takje van een struik in de grond steekt om het te laten bewortelen.)

Kersendieven

Met ongeveer een hele maand zonnige zomer in het voorjaar rijpen de kersen al vroeg. Zodra enkele kersen er over denken een beetje rood te kleuren wil het gevogelte uit de buurt al vast beginnen te oogsten. Dat betekent: het rode deel even proeven, en dan aan de volgende kers pikken. Van voedsel verspilling gesproken!

De boom stelselmatig optuigen hielp: CD´s ophangen (bij voorkeur met Nederlandse smartlappen), alu schaaltjes, gekleurde linten, een windorgel, vogelverschrikker…. Ze wennen er snel aan. Dus eerst enkele dingen de boom in. Na 2 dagen weer wat, enz. Helaas blijken ze dat systeempje nu door te hebben.

Als ik 2 dagen na het uitgebreid optuigen de vogelverschikker wil verplaatsen en het windorgel ophangen vliegen er bij mijn aankomst meteen een 5-tal dieven weg. En als ik in mijn handen klap (geen applausje,gewoon 1 knal) nog minstens evenveel. Ze zijn niet te zien of te tellen. Maar in het felle zonlicht zie ik hun schaduwen vliegensvlug over het gras wegzwemmen.

Weg betekent: naar de dichtst bijzijnde eik, om het risico even in te schatten. En daarna 30 meter verder. Ze liggen op vinkenslag. Als collega´s hun portie willen ophalen, verwittigen ze die met een schelle krijs dat de kust niet veilig is. Zodat die doen alsof ze toevallig langskwamen, en met een korte bocht nerveus nonchalant verderfladderen.

Terwijl ik zelf ook begin te smullen om iets van mijn vruchten te hebben komen ze regelmatig alleen, per 2 of 3 weinig gegeneerd pogingen doen om hun buit op te halen. Even klappen of roepen, en ze zijn pijlsnel verdwenen. Maar ik weet dat de strijd al verloren is. Ik kan onmogelijk van zonsopgang tot zonsondergang onder de boom blijven applaudisseren. Ik hoor het: ze lachen me al uit. Als ik 30 seconden weg ben zijn ze weer terug, speurend naar de songs op de nieuwste CD.

Smeerlappen zijn het. Daarom zal ik geen vegetariër worden.

Het wordt hoog tijd dat een of andere bio-ingenieur eens een vliegende kat ontwerpt.

Aardappelen rooien

Vandaag wat aardappelen gerooid. Ondanks flink protest van de vereniging der onderste ruggenwervels, bij tijd en wijle luidruchtig ondersteund door een verrekte rechterschouder. In iedere onderarm een wespensteek, omdat ik gisteren bij de courgetteoogst te laat doorhad dat die gestreepte smeerlappen de droogte onder de grote dekbladeren geschikt vonden voor nestenbouw. En er was neerslag, maar die was maar af en toe de benaming regen waard. Eigenlijk waren er dus voldoende legitieme redenen om het uit te stellen.

Eerst het perceel met grotendeels afgestorven loof nog even gewied. Kwestie van zoveel mogelijk ongewenste (on)kruiden te verwijderen in plaats van ze om te woelen en te verspreiden.
Al bij de eerste struik op de hoek van de beplanting was het duidelijk: de concurrentie was hevig. Woelmuizen hadden niet gewacht tot de oogsttijd, maar zich gedurende het hele groeiseizoen uitgebreid tegoed gedaan aan Charlotte en Nicolla.

Zonder enig overleg hebben ze zich stiekem knagend een weg gebaand door mijn toekomstige wintervoorraad. Dat ze er wat van eten, oke. Maar het aandeel dat ze zich toe-eigenen en de diensten die ze daarvoor leveren staan in geen enkele verhouding tot de arbeid die ikzelf heb ingebracht. Van sommige knollen die aardappel geweest waren bleef enkel nog een millimeter dunne schil over. Blijkbaar hebben ze een voorkeur voor de grote exemplaren.

Dus weer of geen weer, zo meteen rooi ik de hele boel. Geen krieltje laat ik in de omgewoelde grond zitten. Waarschijnlijk zal de enige dahlia die daar staat er de dupe van worden. Ik heb in het voorjaar geprobeerd die woelmuizen met mollenvallen te vangen. Maar daar trappen ze dus niet in. Ik zal wat anders moeten verzinnen.

De zwarte elzen die wat verder nog steeds spontaan uitschieten getuigen dat de omgeving waterrijk was. Maar ondanks de regen van de laatste weken is de grond – geloof het of niet- na 6 a 9 cm kurkdroog.

Die oude aardappelmand blijft ideaal. Als ze half vol is kan je er eens flink mee schudden om alle aarde van de knollen door de draadkorf weg te zeven.
Ik weet nog niet precies wat ik nu die seizoen eigenlijk gekweekt heb. Maar de vraag lijkt terecht: aardappelen of woelmuizen?