Categoriearchief: Uncategorized

Cafeïne in hulst: iemand (thee) ervaring?

Cafeïne wordt ook in hulst aangemaakt, de bladeren worden voor thee gebruikt.

Yerba mate, foto Wikipedia

Van de Zuid-Amerikaanse matéplant (Ilex paraguariensis) wordt (Yerba) mate gemaakt die traditioneel met een metalen rietje (de bombilla) uit een kalebas (de mate) gedronken wordt. Een kop koffie bevat ongeveer 95-200mg cafeïne, mate slechts 30-40mg.

Van de bladeren van de Ilex guayusa (wayusa) uit Ecuador die cafeïne en theobromine (zoals in chocolade) bevat wordt ook thee gemaakt.

Ook die van Ilex vomitoria , de yaupon-hulstboom, worden in kokend water gebruikt.

Van onze Ilex aquifolium werd geroosterd zaad van de knalrode hulstvruchten vroeger gebruikt als koffievervanger. En gedroogde bladeren kunnen worden verkruimeld en gemengd met thee. Ik vond er weinig info over, en dan nog vooral theoretisch.  Laten we het dus misschien maar best bij de theorie houden…

Iemand ervaring met cafeïne houdende koffie of thee van onze inheemse hulst?

De goudjakhals is op komst

De goudjakhals of gewone jakhals (Canis aureus, regionaal ook goudwolf of rietwolf genoemd), is een hondachtige (Canis) concurrent voor wolven en vossen; een soort slanke mini-wolf, met kortere poten en een formaat tussen deze collega’s.

Zijn leefgebied loopt over het Arabisch Schiereiland, Klein-Azië, het Indisch subcontinent en Sri Lanka, Bulgarije, Griekenland, Roemenië, Italië. Hij zwerft tot in Duitsland en Denemarken, en werd (2016-2020) al minstens 3 x op wildcamera’s betrapt in Nederland. En wordt verwacht in België. Hij verblijft in open gebieden, en langs dorpen en kleine steden, waar veel afval te vinden is.

De goudjakhals heeft een kop-romplengte van 65 tot 105 cm. Zijn altijd omlaag hangende staart meet 18 tot 27 centimeter, de schouderhoogte is ongeveer vijftig cm. Hij weegt 6 tot 15 kg, en de vrouwtjes zijn meestal kleiner dan mannetjes.

Zijn dichte vacht verschilt per regio, leeftijd en seizoen, maar is meestal zandkleurig tot rossig grijsgeel met een gouden glans en een zwarte staartpunt. De borst en buik zijn bleek, de poten en de achterkant van de oren zijn rossig of gelig. Hij heeft een spitsere snuit, en naar verhouding grotere oren dan die van de wolf.

De unieke pootafdruk is gemakkelijk te onderscheiden van vos, wolf of hond omdat de zooltjes van de twee voortenen aan de achterzijde met elkaar vergroeid zijn.

De goudjakhals is een allesetende opportunist. Hij jaagt op kleine zoogdieren, vogels, vissen, amfibieën en insecten, maar hij eet ook afval, aas en planten.

Goudjakhals, foto Wikipedia

Zijn zelfgegraven hol ligt vaak op open vlakten. In de schemering en de nacht verlaat hij zijn hol om te gaan jagen. Dat doet hij meestal alleen, maar voor grotere prooien in groep. De goudjakhals kan blaffen, grommen en ook huilen.

Hij leeft in familieverband. De groep rond een alfa-paartje (dat levenslang samen blijft) kan 5 tot 30 exemplaren tellen. De goudjakhals is geslachtsrijp na circa anderhalf jaar. De paartijd valt in Europa in de lente. Na een draagtijd van 63 dagen worden twee tot vier (max. ) pups in de zomer geboren. De eerste twee maanden drinken ze alleen melk. Na ongeveer een half jaar staan de jongen op eigen poten en zwermen ze uit om een nieuwe roedel te stichten.

De dieren worden maximaal zestien jaar oud in gevangenschap. In het wild is dat gemiddeld maar de helft.

Uilenogen en- oren zijn speciale sensoren

Uilen (Strigiformes)  zijn niet verwant aan roofvogels, maar worden wel nachtroofvogels genoemd. Er zijn twee families: de echte uilen (Strigidae, 191 soorten als oehoe, steenuil, dwerguil…) en de kerkuilen (Tytonidae, 19 soorten). In Vlaanderen en Nederland vinden we de velduil (Asio flammeus), steenuil (Athene Noctua), ruigpootuil (Aegoleus Funereus), ransuil (Asio otus), oehoe (Bubo bubo),  kerkuil (Tyto alba) en  bosuil (Strix aluco). De oehoe (soorten) is de grootste uil op aarde! Hij kan zelfs een huiskat en de havik als prooi verschalken. De oehoe is 75 centimeter groot en heeft een spanwijdte tot 188 centimeter.
Ons kleinste uiltje, de steenuil is nauwelijks groter dan een merel (21-23 cm).

Een kenmerk van deze nachtvogels is dat de speciale verenstructuur en de van dons voorziene veren praktisch geen geluid maken tijdens het vliegen. Hun verenpatroon heeft een prima schutkleur die vaak op boomschors lijkt. Ze hebben een rond, afgeplat gezicht met grote naar voren gerichte ogen.

Er was een veronderstelling dat de kleur van hun ogen aangaf bij welke lichtsterkte ze gingen jagen:
(Uilen met oranje ogen, zoals de oehoe, vliegen meestal in de schemering.
Uilen met zwarte ogen, zoals een kerkuil, vliegen meestal ’s nachts.
Uilen met gele ogen, zoals de steenuil, vliegen ook overdag.)
Maar dit zou een fabel zijn, een soort urban legend, niet gestaafd door feiten of onderzoek. Zowel de oranje-ogige ransuil als de ruigpootuil met felgele kijkers trekken er bijvoorbeeld vooral ‘s nachts op uit.

Ze kunnen niet scherp zien op korte afstand maar hebben een uitstekend verzicht, ook ‘s nachts.
De grote oogbol is langwerpig en bijna buisvormig. De ogen maken 5% van zijn lichaamsgewicht uit! Mensen zouden in verhouding iets als sinaasappels in hun oogkassen hebben.
Door de oogvorm  kan het beeld als door een telescoop worden vergroot en kan de uil beter diepte en afstand schatten.
Door de vorm zijn de ogen  niet draaibaar in de oogkassen. Maar uilen kunnen hun kop wel 270° of 3 kwart draaien. Met zijn 14 nekwervels en een speciaal botje kan hij zijn kop ronddraaien of ondersteboven keren zonder zijn schouders te bewegen. (Mensen hebben 7 nekwervels.)
Onze ogen hebben zo’n 200.000 lichtgevoelige staafjes per vierkante millimeter, die van uilen één miljoen.

De gezichtssluier verbetert het gehoor van de uil. Hij loopt met de wenkbrauwen rond het hele hoofd, snavel inbegrepen. Het lijkt een soort trechter naar de oren. Bij uilen die ‘s nachts jagen is de gezichtssluier beter ontwikkeld dan bij uilen die overdag jagen.
De gehooringangen mag je niet verwarren met de pluimpjes die sommige uilen op hun hoofd hebben om te imponeren. Die geven vooral hun gemoed aan, bij dreiging staan ze alert recht overeind. Als hij ontspannen is liggen de oorpluimen plat op zijn kop.

Uilen hebben een enorm goed gehoor. Ze kunnen in complete duisternis hun prooi vinden. De oren zijn asymmetrisch: de ooropeningen links en rechts zitten niet op dezelfde hoogte en kunnen ook van vorm (in de huid, maar ook in de schedel) en oordeksel verschillen. Uilen zijn de enige groep dieren waarbij niet-symmetrisch geplaatste oren zijn gevonden.

Roofvogels hebben drie klauwen naar voor en één klauw naar achter gericht. Uilen hebben twee klauwen naar voor en twee naar achter.
Het voedsel van uilen bestaat voor 80% uit muizen, een gemiddelde van 2 tot 3 muizen per dag als ze geen jongen hebben te voeden. Ransuilen spugen een braakbal per dag uit als ze tot drie veldmuizen hebben gegeten. Vanaf 3 volgt een 2de. De braakbal zit vol met onverteerbare resten als beenderen, haar en pluimen. Hij worden tien tot twintig uur na de jacht uitgebraakt. Ook de hapjes verschillen: 3 tot 4 dikke veldmuizen kunnen volstaan,  en 8 tot 10 spitsmuizen is ongeveer evenveel.

Deze nachtjagers kunnen dus een waardevolle bondgenoot zijn in je strijd tegen kapers van je (winter)voorraden. Daarom werden er vroeger onder de nok van zolders waar graan ed. werd gestockeerd een rond, open gat gemetseld: een uilengat.
Uilen maken geen nest, ze zoeken beschutte holten of droge donkere plaatsen. Afhankelijk van de voorkomende soorten in je regio kan je dus uilenkasten met aangepaste opening en vorm vrij hoog ophangen (3 tot 6 meter). Doe er wat zaagsel of droge bosgrond in.

http://vogelbescherming.be/informatiecentrum/een-tuin-voor-wilde-dieren/nestkasten-voor-vogels/bouwplannen-voor-nestkasten

De eieren van uilen hebben geen schutkleur en zijn veel ronder en witter dan die van andere vogels. In de broedtijd wordt het vrouwtje 3 weken lang verzorgd door het mannetje.  Om hun jongen te voeden nemen roofvogels hun prooi altijd in de klauwen mee, terwijl uilen daarvoor hun snavel gebruiken.

Jonge uilen worden ook wel “prullen” genoemd.
Een groep uilen heet een parlement. Echt!

Een uil staat symbool voor wijs én dom. Wijs als een professor in de Fabeltjeskrant en Pallas Athena, de Griekse godin van de wijsheid met haar vaste begeleider de uil (als“ vogel van de wijsheid”). Maar ook dom als een onnozel uilskuiken. Beide standpunten worden verenigd in een spreuk: iedere wijze uil is ooit een uilskuiken geweest (wijsheid komt met de jaren).