Categorie archief: Tuin

Kersendieven

Met ongeveer een hele maand zonnige zomer in het voorjaar rijpen de kersen al vroeg. Zodra enkele kersen er over denken een beetje rood te kleuren wil het gevogelte uit de buurt al vast beginnen te oogsten. Dat betekent: het rode deel even proeven, en dan aan de volgende kers pikken. Van voedsel verspilling gesproken!

De boom stelselmatig optuigen hielp: CD´s ophangen (bij voorkeur met Nederlandse smartlappen), alu schaaltjes, gekleurde linten, een windorgel, vogelverschrikker…. Ze wennen er snel aan. Dus eerst enkele dingen de boom in. Na 2 dagen weer wat, enz. Helaas blijken ze dat systeempje nu door te hebben.

Als ik 2 dagen na het uitgebreid optuigen de vogelverschikker wil verplaatsen en het windorgel ophangen vliegen er bij mijn aankomst meteen een 5-tal dieven weg. En als ik in mijn handen klap (geen applausje,gewoon 1 knal) nog minstens evenveel. Ze zijn niet te zien of te tellen. Maar in het felle zonlicht zie ik hun schaduwen vliegensvlug over het gras wegzwemmen.

Weg betekent: naar de dichtst bijzijnde eik, om het risico even in te schatten. En daarna 30 meter verder. Ze liggen op vinkenslag. Als collega´s hun portie willen ophalen, verwittigen ze die met een schelle krijs dat de kust niet veilig is. Zodat die doen alsof ze toevallig langskwamen, en met een korte bocht nerveus nonchalant verderfladderen.

Terwijl ik zelf ook begin te smullen om iets van mijn vruchten te hebben komen ze regelmatig alleen, per 2 of 3 weinig gegeneerd pogingen doen om hun buit op te halen. Even klappen of roepen, en ze zijn pijlsnel verdwenen. Maar ik weet dat de strijd al verloren is. Ik kan onmogelijk van zonsopgang tot zonsondergang onder de boom blijven applaudisseren. Ik hoor het: ze lachen me al uit. Als ik 30 seconden weg ben zijn ze weer terug, speurend naar de songs op de nieuwste CD.

Smeerlappen zijn het. Daarom zal ik geen vegetariër worden.

Het wordt hoog tijd dat een of andere bio-ingenieur eens een vliegende kat ontwerpt.

Aardappelen rooien

Vandaag wat aardappelen gerooid. Ondanks flink protest van de vereniging der onderste ruggenwervels, bij tijd en wijle luidruchtig ondersteund door een verrekte rechterschouder. In iedere onderarm een wespensteek, omdat ik gisteren bij de courgetteoogst te laat doorhad dat die gestreepte smeerlappen de droogte onder de grote dekbladeren geschikt vonden voor nestenbouw. En er was neerslag, maar die was maar af en toe de benaming regen waard. Eigenlijk waren er dus voldoende legitieme redenen om het uit te stellen.

Eerst het perceel met grotendeels afgestorven loof nog even gewied. Kwestie van zoveel mogelijk ongewenste (on)kruiden te verwijderen in plaats van ze om te woelen en te verspreiden.
Al bij de eerste struik op de hoek van de beplanting was het duidelijk: de concurrentie was hevig. Woelmuizen hadden niet gewacht tot de oogsttijd, maar zich gedurende het hele groeiseizoen uitgebreid tegoed gedaan aan Charlotte en Nicolla.

Zonder enig overleg hebben ze zich stiekem knagend een weg gebaand door mijn toekomstige wintervoorraad. Dat ze er wat van eten, oke. Maar het aandeel dat ze zich toe-eigenen en de diensten die ze daarvoor leveren staan in geen enkele verhouding tot de arbeid die ikzelf heb ingebracht. Van sommige knollen die aardappel geweest waren bleef enkel nog een millimeter dunne schil over. Blijkbaar hebben ze een voorkeur voor de grote exemplaren.

Dus weer of geen weer, zo meteen rooi ik de hele boel. Geen krieltje laat ik in de omgewoelde grond zitten. Waarschijnlijk zal de enige dahlia die daar staat er de dupe van worden. Ik heb in het voorjaar geprobeerd die woelmuizen met mollenvallen te vangen. Maar daar trappen ze dus niet in. Ik zal wat anders moeten verzinnen.

De zwarte elzen die wat verder nog steeds spontaan uitschieten getuigen dat de omgeving waterrijk was. Maar ondanks de regen van de laatste weken is de grond – geloof het of niet- na 6 a 9 cm kurkdroog.

Die oude aardappelmand blijft ideaal. Als ze half vol is kan je er eens flink mee schudden om alle aarde van de knollen door de draadkorf weg te zeven.
Ik weet nog niet precies wat ik nu die seizoen eigenlijk gekweekt heb. Maar de vraag lijkt terecht: aardappelen of woelmuizen?

Paasgras

Twee keer raden waar de composthoop vorig jaar stond…?
Het gras is er nu al meer dan dubbel zo hoog. Het is een koude, wat gure dag, en nog vroeg: de madeliefjes houden hun blaadjes nog gesloten. De verteerde compost wordt ondertussen al mondjesmaat door plantgoed omgezet in een voorraadje aardappelen.
En de ganzen die het gras kort moeten houden zijn al in opleiding. Helaas nog zo piepklein, dat ze ’s nachts en bij koud weer naar binnen moeten. Het duurt nog weken voor ze effectief aan de slag gaan, dus ik zal er tijdelijk nog zelf voor moeten opdraaien, en gaan mulchmaaien.

Het buitenverblijf van de gansjes is verplaatsbaar. De onderkant is dicht gemaakt met gaas. Het kan dus met levende inhoud elders gezet worden. Het is ook afsluitbaar. Er dolen hier alsmaar meer vossen en steenmarters rond. Nu mijn pluimvee nog klein is volstaat een vlindernetje om ze uit het hok te scheppen en in de serre te laten overnachten.

Er is een uitgebreid en diep liggend metrostelsel onder de weide. Zo diep dat ik 1 van de 2 mollenvallen die ik laatst installeerde, nu nergens meer terug vind. Vergeten om er een stok naast te steken. Een metaaldetector zou misschien kunnen helpen. En anders vindt later een archeoloog allicht een vreemd gevormd stuk roest.

De ganzen krijgen wat hulp van de kippen. Die zijn eerder in insecten dan gras geïnteresseerd. Als bescherming tegen natuurlijke vijanden kregen ze onder hun villa op de eerste verdieping ook een volledig afgesloten lapje grond. Zo kunnen ze ’s morgens toch al veilig buiten  als ik nog geen zin heb om hen daarbij te helpen. En omdat de onderkant ook dicht is met gaas, kunnen ze ook de graszoden niet stuk krabben. En met 2 wieltjes er onder is het ding makkelijk iedere dag op een vers stukje groen te plaatsen. Het heeft wel een dag of 5 geduurd voor ze begrepen hoe ze de loopplank moesten gebruiken om binnen en buiten te geraken.  De ene heeft blijkbaar al wat meer lef en intelligentie dan de andere.

Ondertussen is het gras kort genoeg om een Paasei terug te kunnen vinden. Voor het geval een verdwaalde klok, of een Paaskonijn, per ongeluk hier iets zou droppen. Ik heb meer vertrouwen in de kippen.