Tagarchief: vroegbloeiers

Bij: naakt-, vroeg- en laatbloeiers (1)

De meeste planten, heesters en bomen bloeien als ze volgroeid zijn. Ze zorgen zo voor voedsel voor bijen (en andere insecten).  Door een eeuwenlang gesynchroniseerd samenspel van bloemetjes en bijtjes kunnen ze zo beiden (of bijden) voor nageslacht zorgen en overleven.
De benamingen als linde, heide- e.a. honing zijn er niet omdat bijen de instructie krijgen selectief te foerageren, maar omdat bij de honingoogst de bloeiperiode en nabijheid van planten aangeeft dat het bijenvoedsel voor het grootste deel daar is verzameld.
De meeste planten bloeien tussen april en oktober. Andere specialiseren zich door net in de periode dat bijenvoedsel schaars is, voor stuifmeel en nectar te zorgen. Je kan de natuur wat helpen, door ook vroeg -en laatbloeiers te planten. Het staat ook nog mooi in de tuin, en het zijn vaak ook voor ons nuttige planten en kruiden.
Vroegbloeiers voor bijen
Een teken van de klimaatsverandering is zeker dat de lente de laatste jaren steeds vroeger begint. Bomen en planten bloeien dan ook eerder. Zelfs rupsen en andere insecten verschijnen vroeger. Maar de balans is wel verstoord. Sommige vogels missen de vetste rupsen voor hun jongen, waardoor er minder overleven. Planten, insecten en vogels kijken niet op een kalender om hun cyclus van bloeien of broeden te bepalen. De mechanismen hiervoor verschillen per soort, en zijn ons nog lang niet duidelijk.
Sommige planten zijn voor het bloeitijdstip vooral gevoelig voor temperatuur, andere meer voor licht en daglengte. En vaak is het een ingewikkeld samenspel waarbij ook nog het aantal koude dagen of dagen zonder vorst een rol kan spelen.
Bloeikampioenen, van  januari tot en met december, zijn vb. Senecio vulgaris- klein Kruiskruid;  Stellaria media – Vogelmuur;   Capsella bursa-pastoris – Gewoon herderstasje; Bellis perennis – Madeliefje (het hele jaar mits het niet vriest).
Eranthis glabellum/hyemalis/cilicica – Winterakoniet is een typische winterbloeier – van januari tot maart. Erophila verna – Vroegeling gaat tot en met juni door.
In februari en maart gaan naast krokussen  het gewoon sneeuwklokje (Galanthus nivalis) en  het Lenteklokje
(Leucojum vernum), ook Arabis procurrens – Scheefkelk; Ficaria verna – Gewoon Speenkruid; Petasites albus-  Wit hoefblad en Tussilago farfara-  Klein hoefblad aan de slag.
Vanaf maart komen er al meerdere bloeiers bij waaronder anemonen (Anemone coronaria – Gewone anemoon,..); Glechoma hederacea – Hondsdraf; Primula elatior – Slanke sleutelbloem; Pulmonaria – Longkruid; Taraxacum officinale – Gewone paardebloem; Vinca  – maagdenpalm, viooltjes (diverse Viola, , bloei van januari t/m juli)…
Struikachtigen
Hazelaars bloeien zeer vroeg (januari -maart), en vooral de Toverhazelaar (Hamamelis x intermedia) is hierom gekend. Ook Fragrantissima – Struikkamperfoelie; en Mahonie; (Berberis japonica en Mahonia japonica) staan vooraan.
De vroegst bloeiende struik is de hazelaar.  Voor bomen is dat de Els, beiden met katjes. Het zijn naaktbloeiers,
ze bloeien voor de bladeren verschijnen (op naakte takken). Chinees klokje of Forsythia is ook zo’n naaktbloeier.
Vanaf februari worden vruchten voorbereid door de Amelanchier utahensis – Amerikaanse Krentenboom; Cornus mas – gele Kornoelje; Prunus armeniaca – Abrikoos; Prunus spinosa –Sleedoorn.
En vanaf maart wordt dit uitgebreid met prunus soorten waaronder Prunus dulcis; Amandel; en Cydonia – Kweepeer; Ribes sanguineum; Rode ribes; Rubus spectabilis; Prachtframboos en meerdere wilgen (Salix ).
Volgend aansluitend blog: Naaktbloeiers, laatbloeiers, winterbloeiers.