Tagarchief: fruitbomen

Welke fruitboom planten

Een boom neemt veel plaats in, en meestal kan je er geen 10-tallen planten. Dus moet je vooraf erg goed selecteren welke je wil. Een beetje boom gaat minstens zo lang mee als de planter. En is dus een belangrijke investering voor de rest van je leven. En dat van je kinderen. Zonde om snel iets aan te planten, en na 10 jaar te zeggen: ‘Had ik maar… Want die vind ik lekkerder, brengt meer op, bewaart beter,…”
Neem dus liever een jaar of 2 de tijd om te gaan kijken, wandelen, luisteren en proeven.  In de supermarkt vindt je 5 soorten appels en peren. In boomgaarden zijn er 100den, ieder met een eigen karakter. Het loont dus echt wel de moeite om te luisteren naar mensen met ervaring ter zake. Een prettige mogelijkheid is de open boomgaarddag van de boomgaardstichting. Je kan er niet alleen de bomen en vruchten zien, maar ook gratis proeven. Meer dan je er op kan. En de gids(en) beschikken over een enorme schat aan kennis.
Je hoort er welk wortelgestel breed of diep gaat, of klein is en makkelijk omwaait. Welke onderstammen en tussen stammen gunstig zijn voor de smaak, en gezonder zijn voor de boom. Welke soort op welke grond gedijt, welke snoeivormen er toegepast zijn, waarom en wanneer.
Welke zaailingen bruikbaar zijn, met welke ziekten je rekening houdt bij iedere soort, na hoeveel jaar er vruchten zijn.
Uiteraard komt ook het fruit ter sprake, er wordt geproefd, gekeurd, ervaring uitgewisseld.
Het gaat over kalibers, de smaken (zuur, zoet), en die verschillen; het geschikte pluktijdstip, het op smaak laten komen, de bewaartijd, gebruik en geschiktheid voor bereidingen, geschiedenis van de soort..  Een overvloed aan informatie die je op korte tijd hoort, en onmogelijk kan onthouden. Je moet dus meteen, tegelijk, selecteren en noteren. En later nog een andere mening vragen. Dus 2 jaar is zeker niet te veel om je te informeren over een beslissing die levenslang en langer gevolgen heeft.
Plukken (om te bewaren) doe je altijd met steeltje. Als je het steeltje wegbreekt, maak je eigenlijk een wondje. Een inkomhalletje voor ongewenste bacteriën en schimmels.
Algemeen geldt dat vruchten die je vroeger plukt beter en langer bewaren. Maar minder smaak hebben. Er is voor iedere soort dus een ideaal pluk tijdstip. Met daarna ideale rijpingscondities en tijden.
Er is een soort die smakelijke appels opbrengt aan de buitenkant. Maar de appels binnen in de kruin, die weinig licht en lucht krijgen, blijven flets en smakeloos. Van sommige soorten wordt aangegeven hoeveel dagen na de vruchtzetting ze geoogst worden. Voor andere is er een limiet datum: plukken vóór die tijd. Of net niet, zeker er na.
Sommige soorten bewaren (zonder aangepaste koelinstallatie) amper, anderen tot maart, en zelfs tot juni. Keuleman was in onze regio de ideale appel om in te kuilen.
Veel soorten krijgen rimpels met ouder worden. Net als mensen. Maar voor appels is er geen plastische chirurgie.
Nu eten we vooral dessertappels. Vroeger werden appels anders gebruikt. Het was staple food, bulk- of hoofdvoedsel. (Samen met pastinaak en graan). Daarom werd de naam ook gebruikt voor de verdringer die ondergronds groeit. In 1565 werd die in de hoftuinen van Koning Filips II geplant. Pas 200 jaar later zou de aardappelteelt in de meeste Europese landen ruim voorkomen.
Sommige variëteiten hebben een jaarlijks wisselende opbrengst. Vandaar het belang om meerdere soorten te planten. Ook omwille van resistentie tegen verschillende ziekten. In de jaren ’70 kregen de boeren een rooipremie om hun hoogstambomen ‘op te ruimen’. Er werd gekozen voor monocultuur van enkele soorten. Voordeel: laag, makkelijk industrieel en machinaal plukken, één tijdstip om te sproeien, te oogsten. Samen met mijn vader heb ik toen tientallen hectaren fruitbomen tot brandhout verzaagd. Toen leek het vooruitgang, nu een verarming. (Toen werd fruit niet besproeid. Zou geen beginnen aan zijn, met zo’n hoge bomen en diverse variëteiten. ‘Leef gezond, eet een appel’ klopte toen nog.)
Iedere peer wordt peer genoemd. Soms worden nog hand- en stoofperen onderscheiden.  (Hand: uit de hand te eten, worden mals. Stoofperen: amper rauw te eten, eerder als een soort groente bereid.) )Vroeger kenden we de namen voor bakperen, stoofperen, stroopperen, suikerperen en muilperen. http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_perenrassen
Er waren vb. kleine, zoete peertjes die na het bakken van brood in de oven gedroogd werden om te bewaren. Soms werden ze vermalen, en werd de suikerzoete spijs gebruikt voor taarten.
Ook voor ‘De Kers’ is er jaarlijks een specifiek evenement.  (www.alden-biesen.be/nl/event/de-kers op 12/07/2015).
Wil je een appeltje voor de dorst? Plant een appelboom. Of fruitboom. Noten zijn uitstekend voedstel dat makkelijk en lang bewaart, en waarmee je dus een voedselarmere periode (winter – voorjaar) kan overbruggen. Als de noot het hoogst is…
En op ieder braakliggend stuk kan je snel een noot in de grond stoppen.