Tagarchief: Corona

Covid-19: vloek voor het nageslacht?

Epigenetica  is de studie die erfelijke veranderingen in genfuncties onderzoekt. De DNA sequenties blijven onveranderd, maar de (overgedragen) genetische informatie wijzigt wel. Het is een nog zeer jonge wetenschap, waar we mogelijk nog minder van weten en begrijpen dan van het Coronavirus.

De Zweedse professor Lars Olov Bygren* toonde via een compleet bevolkingsregister aan dat perioden van hongersnood duidelijk zorgden voor meer diabetes in de derde generatie. Ook andere onderzoeken (en testen op muizen) tonen aan dat omgevingstoestanden overdraagbare veranderingen teweegbrengen.

Vooral trauma’s worden overerft: nakomelingen erven de ervaringen van hun grootouders en ontwikkelen fobieën.  Dit werd o.m. gevonden bij naoorlogse kinderen van joden en verzetslieden (post-concentratiekampsyndroom) en bij ernstige en langdurige mishandeling in de jeugd. (En zelfs bij roken!)

Door het methyliseren van DNA worden sommige genen ‘op slot’ gezet, of worden blijvend actiever dan normaal. Vastgestelde gevolgen zijn o.m. psychosomatische klachten, angsten, slaapstoornissen, depressiviteit, vervlakking van emoties, dysforie, geheugenstoornissen, schuldgevoelens.

In het sperma van vroeger mishandelde mannen is een moleculair spoor hiervan zichtbaar. Een trauma (bv oorlog, honger,..) kan dus over generaties heen gevolgen hebben.

Nu Corona wereldwijd alle sociale contacten van jong en oud maandenlang ernstig verarmt door quarantaine, lock-down, bubbels, maskers, evenementenverbod ed. lijkt de veronderstelling dat dit zelfs bij volgende generaties invloed gaat hebben me gerechtvaardigd.

Mensen zijn sociale wezens. We hebben onszelf ver verheven boven wat we fysiek, psychisch en mentaal aankonden door doorgedreven samenwerking. Individueel zijn we zwakke slappelingen in vergelijking met veel andere zoogdieren, trager en kwetsbaar. Maar in groep konden we mammoeten, holenberen en leeuwen aan.

Door (angst, deels (zelf)opgelegd) isolement en gebrek aan warme contacten zie ik vooral bij singles (in Vlaanderen tussen 30 en 50% van de bevolking!) al behoorlijke gedrags- en karakteriële veranderingen. We worden in alle opzichten afstandelijker. Meer en meer: ieder voor zich. Fysiek contact is een exclusieve gezinsaangelegenheid geworden. Leuke samenkomsten en feesten staan niet meer in onze agenda’s.

Wie durft voorspellen wat dit voor volgende generaties kan betekenen? Hoe sterk zullen we verschuiven van gemeenschappen naar een verzameling eenlingen? En welke invloed zal dit hebben op onze manier van leven, of van samen-leven?

Wie volgt bezoek aan psychologen, alcoholisme, depressie en burn-out, zelfmoordcijfers? En ook: wat kunnen we er aan doen? Wie werkt er aan een ‘herstelplan’?

*Human transgenerational responses to early-life experience: potential impact on development, health and biomedical research, 2014.