Hoe wordt ik schrijver? (05)

Lezer! Mijn leven is, net als dat van U, een grote frustratie. Vandaar dat ik mijn toevlucht neem tot schrijven. In mijn fantasieën beleef in de wildste en meest onwaarschijnlijke avonturen. Als jongeling was ik een sterke, atletische held en scherpschutter. Nu nog spoel ik minstens éénmaal per maand met een knappe blonde vrouw op een onbewoond eiland aan. (Ter verduidelijking, en ook voor mijn vrouw: dit gebeurt in mijn fantasie, uiteraard. U zou me anders, als grijs wordende held met buikje -een beetje maar natuurlijk, van allebei een héél klein beetje. Zo klein nu ook weer niet- nauwelijks meer herkennen.

U begrijpt beste lezer, dat deze frustraties de beste voedingsbodem zijn voor een vruchtbaar schrijverschap.

Het is nochtans goed mogelijk, dat U kilometers papier volschrijft, en dat er geen enkele uitgever te vinden is die bereid gevonden wordt om Uw frustratie uit te geven.

Dagen- wat zeg ik, nachtenlang gezwoeg in het zwijgende gezelschap van de dikke Van Dale, en dat allemaal voor niets. Een frustratie, eens te meer. (En waarom zou U die niet op papier zetten? Omdat deze schrijver dat al reeds gedaan heeft, juist!) Bedenk evenwel, voor U zelfmoord pleegt, dat ook hier weer een vrij eenvoudige oplossing voor de hand ligt. Want waarom zou U zelf Uw boek niet uitgeven!!!

En hiermee komen we dan aan de tweede hoofdvraag: ‘Hoe wordt ik uitgever?’. Geef toe, niets in de titel van dit boek laat vermoeden dat deze vraag in dit literair werk zou behandeld worden. Het is, om zo te zeggen, een extraatje. Anderzijds laat het mij inderdaad ook weer toe om meerdere bladzijden te vullen, enkel maar door losse onderdelen uit het alfabet aan elkaar te rijgen.

Lezer, indien U deze lectuur nu écht wil stoppen, raad ik U aan om nu toch nog een beetje door te bijten. Ik zal namelijk ook deze vraag nog, zeer kort en kernachtig, op deze bladzijde (9, als U goed genummerd hebt!) beantwoorden.

Wat de term ‘literair werk’ betreft, wil ik grif toegeven dat de titel eigenlijk een min of meer praktisch, of academisch werk doet vermoeden. Daar wil ik dan toch bij stipuleren (want zo heet dat!) dat, indien dit boek een bestseller zou worden, het toch nog een antwoord op zijn eigen titel bevat. Maar eigenlijk is dit al een doordenkertje, voor de intelligente lezers (die al afgehaakt hebben). Misschien had ik dan met deze frase het boek moeten openen. Mogelijk zouden kandidaat-schrijvers dan, ondanks alles, toch het hele boek uitlezen. Dat zou de verkoopcijfers waarschijnlijk verdubbelen beste lezer. (Tja, wie zou het andere exemplaar gekocht hebben?) Wie weet, wordt een boek op dié manier een bestseller, waardoor we hier in een vicieuze cirkel komen.

Om deze cirkel te vervolledigen, moet U terug aan het begin van de vorige alinea beginnen te lezen. Op die manier hebt U heel lang plezier van dit boek.

Lezer, ik moet nu zelf even als een ontmijner terug de draad van mijn verhaal gaan zoeken. Mijn gedachten vertoeven namelijk weer op dat eenzame eiland. En er hangt schipbreuk in de lucht. Hetgeen absoluut niet bevorderlijk is voor het voltooien van dit boek. Er kruipt een glimlach om mijn lippen, en een vlieg over het raam. Het gefrustreerde genie in mij fluistert: misschien ben je wel een reïncarnatie van Godfried Bomans. Zo grappig, dat ik er geregeld zelf om moet lachen.

Hoe wordt ik schrijver? (04)

(deel 04)

Mochten er zich onder de volhardende lezers onverhoopt knappe verpleegsters bevinden (de intelligenten hebben al afgehaakt, dus deze kwaliteit zullen we niet als noodzakelijk vermelden), dan kan ik hen nu reeds met de hand op het hart vertellen dat ik me erg onwel voel. Als hun beroepseer hen er min of meer toe zou verplichten om hun hand ook op mijn hart te leggen, dan kunnen ze via mijn uitgever mijn adres te weten komen. Bij het idee alleen al, raakt zelfs mijn digitaal uurwerk opgewonden.

U begrijpt hieruit beste lezer (want ik neem aan dat ik dit nu wel in het enkelvoud mag schrijven), dat ik nooit een stormachtig en romantisch avontuur heb moeten door staan. (Ik vertrouw er stiekem op dat mijn vrouw me voldoende kent om nooit de onzin die ik schrijf, te gaan lezen. Moest dat toch het geval zijn, dan annuleer ik hierbij de bovenstaande paragraaf.)

Ik durf nochtans beweren dat ik ook voor dit soort liefdesavonturen goed mijn best heb gedaan. Smachtende ogen en verlangende blikken heb ik nooit als zodanig kunnen herkennen. Mogelijk had ik reeds op jeugdige leeftijd een bril nodig. Maar ik was ervan overtuigd dat dit de meisjes zou afschrikken. Voor alle duidelijkheid, en om misverstanden met eenzame en teleurgestelde verpleegkundigen te vermijden, wil ik de lezer er op wijzen dat schrijver dezes, van het mannelijk geslacht is. Geen gekheid dus. Anders had U mijn raad maar moeten opvolgen, en dit boek ogenblikkelijk moeten verder verkopen.

Ik heb vanaf mijn 15de uren voor de spiegel staan oefenen in het werpen van smachtende blikken. Met als enige resultaat dat ik tot groot ongenoegen van mijn huisgenoten de badkamer te lang bezet hield. Ik probeerde ‘met veerkrachtige passen’ te lopen, en of U het nu gelooft of niet, ik werd ervoor uitgelachen.

En als ik toevallig een hartendief tegenkwam, keek ik blozend naar de ander kant. Het ‘Dag schat, zullen we samen iets gaan drinken?’ kreeg ik dus al helemaal niet over mijn lippen. Ook al niet omdat ik meestal blut was.

Menige pronte deerne (ook dit is lyrisch!) is bij het zien van mijn verliefde blikken in een onbedaarlijke lachbui uitgebarsten.

Beste lezeres, als U uw hand op mijn hart komt leggen, en ik kijk blozend de andere kant op, weet dan dat ik diep in mijn hart smoorverliefd ben op U. Indien dat niet het geval is, laat ik U sowieso niet binnen. Idem-dito als mijn vrouw toevallig mocht thuis zijn. (In dat geval zal ik tweemaal knipogen,hetgeen dan betekent: ik ben TOCH smoorverliefd op U, maar mijn vrouw is nu net thuis. Zullen we om 20.00 uur aan de kerk afspreken? Eén maal terug knipogen betekent dan :’Ja’.)Ik heb hele avonden langs eenzame landwegen gelopen, maar nergens lag er een knappe, uitgeputte jonge vrouw die van haar paard gevallen was. Ik heb nooit een half-verdronken brunette in mijn armen mogen houden om ze terug op het droge te brengen. Ik ben in de discotheek nooit tegen een vlammende rosse opgebotst, die het dan nog net had afgemaakt, en die als enig kind ook nog juist haar vader en moeder had verloren en zich dan reddeloos in mijn armen stortte. Ik heb er nochtans mijn best voor gedaan,zeker voor wat dat botsen betreft. (‘Kijk waar ge loopt, stommerik!’ In plaats van, nu ja, iets fijngevoeligers!)


Opgediept uit de digitale kelders van historische
home- & personel computers uit een ver verleden:

Hoe wordt ik schrijver?” (deel xx)

Na het lezen van een 5-tal delen slaagt iemand er misschien in
het verhaal te ontdekken…
Wordt (waarschijnlijk) vervolgd…😊

Wereld & mensheid redden? Makkelijk!! (in 452 woorden)

alleen… we maken het zo complex, dat niemand het nog ziet zitten. Dikke turven over economie, energie, ecologie… Zo ingewikkeld dat het lijkt alsof ze moeten dienen als excuus om niets te ondernemen.
Terwijl het ook bevattelijk in een schema op een half A4’tje kan, of zelfs kernachtig in 1 zin:

De (niet onomstreden) universele behoeften van de mens die Maslow (1943) in een piramide rangschikte zijn een handige leidraad (waar ondertussen 10-tallen versies van bestaan). Duidelijk is in ieder geval dat er basisbehoeften zijn waarzonder we zelfs niet kunnen leven: lucht om te ademen, drinkbaar water, gezond voedsel, slaap, beschutting tegen hitte en uitdroging, of onderkoeling,… Zelfs veiligheid en sociale contacten (vriendschap, liefde) horen nog bij de basics: ook eenzaamheid is dodelijk. (Dodelijker dan roken, of alcohol vb.)

Als we met zijn allen op een aanvaardbare manier willen kunnen leven, moeten we er voor zorgen dat lokaal en globaal aan onze basisbehoeften kan voldaan worden met gezonde (en zeker geen levensbedreigende) ‘producten’.
Dus voor lucht, water, bodem en voedsel geldt dat gebruik, producties en transporten de kwaliteit hiervan niet nadelig mogen beïnvloeden.
Als we al onze processen en manipulaties vooraf hieraan toetsen, ontstaan er geen problemen.

Veel mensen rebelleren omdat ze misbruiken hierin vaststellen: luchtvervuiling en fijnstof, microplastics in veel dranken en voeding, pesticiden in bodem en eten, plastiek van Himalaya tot oceaantrog, peuken, Co2, gele hesjes, statiegeld, Klimaat… Voor geldgewin van 1% van de bevolking verkwanselen we al onze levensnoodzakelijke elementen op aarde. Gelukkig worden greenwash schijnoplossingen die woorden als duurzaam, eco of transitie verkrachten steeds vaker doorprikt

In principe moet ieder product (onderdeel, verpakking) daarom ook terug naar de bron via leverancier en producent (dezelfde wel als bij verkoop – maar omgekeerd), en/of 100% gerecycleerd worden, en/of 100% onschadelijk en biologisch afbreekbaar zijn in iedere normale omgeving en temperatuur, op maximaal 18 maanden.

Je zou denken dat ieder normaal begaafd politicus dit aleemaal al had begrepen sinds het ‘Rapport van de Club van Rome’, nu al zowat 50 (!) jaar gelden!
Maar helaas, hun premies en zitpenningen tonen dat ze kiezen voor GELD en niet voor een lange termijnvisie die het goed van iedereen beoogt.
Zoals mijn ex schoonvader (zaliger) al zei: alles draait om de 3 G’s: Geld, Gat en God.
Maar we hadden moeten kiezen voor Geluk, Gezond en Gemeenschap.

Media en politiek zijn middelen geworden om geld te verdienen. Ze houden zichzelf in stand, zoals ieder ‘levend’ orgaan. Er is dus weinig heil van te verwachten. Alleen bekommernis en waardering voor elkaar kan ons en ons nageslacht redden.

En voor wie het in 1 zin wil lijkt me een slogan van de Zuid-Afrikaanse Ubuntu party een goede leidraad: Wat niet goed is voor iedereen, is niet goed.