Shim Sham dansplezier voor iedereen

Zelfs als je niet danst is een  Lindyhop dansfeest een aanrader. Het is met geen enkele andere dansavond te vergelijken. Een overwegen jong publiek met antieke outfits swingt lachend en wat vrolijk gek over de vloer. Je proeft de energie, de (quasi) nonchalante dansstijl en een toets van 100 jaar oud dansplezier met enthousiaste kreten, handengeklap en aanmoedigingen. Meestal is er ook een live band die prachtige jazzy oldtimers serveert. Petticoat en hoge kapsels, bretellen en petten zorgen voor het juiste accent. En plots een geanimeerd gejuich als ‘Tain’t What You Do’ te horen is. In een kring, met gebogen knieën, wordt schouder aan schouder de Shim Sham ingezet. Gluur even mee…

Leonard Reed beweerde de Shim Sham te hebben gemaakt. Hij trad met Willie Bryant op als tapdanser in de jaren 1920 en ’30. Zang-en-dansgroep de Whitman Sisters had eigen shows: toen zowat de langstlopende (1900 tot 1943) en best betaalde acts op het circuit van zwarte vaudeville. Toen Reed en Bryant in 1927 voor hen optraden vroegen die het duo om een finale te maken die de hele cast samen kon dansen. Ze gebruikten een routine met vier tapsequenties die populair waren bij koormeisjes en verbonden die met breaks (pauzes).
Reed en Bryant noemden de choreografie oorspronkelijk de Goofus omwille van de goofy (stomme, gekke) manier waarop ze het uitvoerden, vaak op de tonen van ‘Turkey in the Straw.’

De dans was gemakkelijk genoeg om iedereen te laten meedoen. Aan het einde van vele optredens kwamen alle muzikanten, zangers en dansers samen op het podium en deden nog een laatste routine: de Shim Sham Shimmy en nodigen iedereen uit om mee te doen.

Een van de dansers van de show (Joe Jones) werd ontslagen, ging in 1931 naar New York en stichtte er een groep ‘The Three Little Words’. Ze dansten de choreo in Connie’s Inn in Harlem en noemden het Shim Sham (vlgs Stearns ‘Jazz Dance) of gingen (vlgs Reed) naar de club Shim Sham, en noemden de ‘Goofus’ (met toevoeging van een snelle schoudershake?) Shim Sham Shimmy. Vanaf dan kwam hij op diverse podia in Harlem, en werd snel verspreid en populair.

Volgens 50-jarige tapveteraan Harold Cromer (bekend als Stumpy van het beroemde comedy-tap-team Stump en Stumpy) was de Shim Sham Shimmy met de koormeisjes van de Apollo in New York vroeger een sexy dans met franjes en hoge hakken.

De Shim Sham is een van de bekendste solo lindy hop routines, gedanst als een solo, koppel- of groepsdans in een kring, oorspronkelijk dan met de armen op elkaars schouders. De authentieke tap-routine is in 1980 door Frankie Manning getransformeerd tot een geweldige jazzroutine. In het tweede deel worden alle breakpassen vervangen door een even lange ‘freeze’. Afsluiten gebeurt met twee Boogie Back / Boogie Forward- en twee Boogie Back / Shorty George-passen. Het resterende deel van de song wordt er freestyle Lindy Hop gedanst. Tijdens dit gedeelte roept er altijd wel iemand ‘Freeze!’, ‘Dinosaur’ of ‘Slow motion!’ waarop iedereen gepast improviseert tot er weer ‘Dance!’ klinkt.

De Shim Sham past het beste op swing-songs waarvan de melodielijnen op beat acht beginnen, net als de choreografie. (En dat maakt het voor klassieke dansers extra moeilijk.) Niemand blijft zitten of staan op de tonen van ‘Tain’t What You Do (It’s The Way That Cha Do It)’ van Jimmie Lunceford and His Orchestra. Ook geschikt zijn ‘The Shim Sham Song’ van Bill Elliot Swing Orchestra, ‘Tuxedo Junction’ van Erskine Hawkins of ‘Stompin at the Savoy’ van George Gee-band.

Volgens tapdanser Howard ‘Stretch’ Johnson was het woord ‘Shim’ een samentrekking van ‘she-him’, een verwijzing naar de mannen die in de 101 Ranch vrouwelijke koorlijndansers speelden.
SHIM-SHAM is een slangachtig woord dat gebruikt wordt om te vragen of iemand kan volgen wat je zegt of bedoelt. Ontstaan als SHee what IM SHAyiNg. Synoniemen: Yameen (You know what I mean: Je weet wat ik bedoel?)

Ook als je de Shim Sham niet of amper kent kan je toch vrolijk meedoen. Je leert het al doende. There are no mistakes in swing… only variations. Meer dan choreografie, gaat de Shim Sham over plezier maken!

Jarenlang moest je voor Lindyparty’s naar grotere steden (A’pen, Gent…) en was dit in Limburg (be) bijna onbekend. Sinds 2017 brengen de cursussen van Shake Lab en Apollo Dream, en de avonden van de Limburgse Lindyhoppers daar gelukkig verandering in. CU there…

Wolvin Naya en blauwe bosbessen

Het was aangekondigd als een Avontuurlijke Startwandeling in het brongebied van de Zwarte Beek in Hechtel. Vrieskoud, met de aankondiging van wat verdwaalde sneeuwvlokjes. Dat kon toch nog een 20-tal liefhebbers verleiden om warme mutsen en waterdichte laarzen aan te trekken. En voor de gelegenheid was er toestemming van het leger om militair terrein te betreden.

Toen we de burgerlijke weide- en hooilanden hadden verlaten om in het kakigroene oefenterrein te duiken kregen we een Google Earth kaartje te zien met gele punten en verbindingslijnen. De recente trajecten van Naya. Haar halsbandzender stuurt met regelmatige tussenpozen een gps-signaal naar de volgcomputer van de Technische Universiteit van Dresden, 500 km verder. De verbinding van die punten levert haar reisroute op.

Blijkbaar bevalt onze wandelomgeving haar. Nergens anders kwam ze zo vaak of verbleef ze zo lang. We zouden er naar kunnen uitkijken. Of allemaal een rood kapje opdoen. Of luid gaan huilen. Mocht het wat gesneeuwd hebben, dan was er mogelijk een kans om een spoor te vinden. Uiteindelijk kregen we heel wat sporen te zien.

Modder en nat zand zijn zeer geschikt om indrukken vast te houden. We zagen waar de everzwijnen hadden huis gehouden. Aan reeën was er absoluut geen gebrek. Hier en daar bespreurden we zelfs voetafdrukken van een wandelaar. Maar vooral, zeer dominant, waren de sporen van zware legervoertuigen. Ik heb nooit goed begrepen waarom er zo nodig in bos en hei moet geoefend gevochten worden. Alsof onze volgende oorlog zich in een bos zal afspelen. Brussel lijkt me realistischer als oorlogsgebied. Als er door ooit moet gevochten worden, vluchten onze militairen allicht massaal naar het bos.

Op de wandeling kreeg ik te horen dat de stengels van de blauwe bosbes groen blijven en bladgroenwerking hebben, waardoor de struik al vroeg in het voorjaar onder bladloze bomen, en nog voor de struik blaadjes heeft, toch al de fotosynthese kan starten en wat voorsprong kan nemen.

De blauwe bosbes (Vaccinium myrtillus) is een vaste plant uit de heidefamilie (Ericaceae)  De kantige twijgen zijn groen en worden hoogstens 60 cm.
De blauwe bosbes kleurt je lippen en handen blauw. Je kan ze verwerken in allerlei bereidingen.

Vooral in taalgebruik wordt ze nogal eens verward met de blauw(e) bes.

De blauwe bes (blueberry, Noord Amerikaans,Vaccinium corymbosum) wordt op grote schaal commercieel geteeld. Ze bloeit in trossen.
De struik kan tot 2 meter hoog worden. De bes is zoeter en heeft wit vruchtvlees en niet kleurend (afgevend, vlekken makend) sap, terwijl de blauwe bosbes rood vruchtvlees heeft en wel kleurt.
De bessen hebben net als druiven een witte waslaag. Ze zijn dikker dan de blauwe bosbes.

 

De rode bosbes (Vaccinium vitis-idaea, ook vossenbes), is eerder zeldzaam, maar komt hier in de Limburgse Kempen ook voor.  De rode bosbes is groenblijvend (behoudt haar blad). De struikjes blijven laag. De bessen groeien per +-5 aan het einde van een stengel. Ze zijn wrang en zuur van smaak en worden vooral gebruikt voor het maken van jam of gebak. Hybriden bestaan (maar weinig).

Dat weetje over de blauwe bosbes met groene stengel vond ik interessant. Maar ik vind er eigenlijk nergens een bevestiging voor. Weet iemand of dit klopt? En of nog andere struiken hier gebruik van maken?

Mini bib: leen, ruil, geef en lees gratis (boeken, tijdschriften)

Ik vind het een leuk idee, en ben eindelijk met wat paneeltjes, plexiglas en verf aan de slag gegaan. En nu staat er een kleine boekenkast bovenop mijn brievenbus. Op je eigen terrein, oprit of tuin mag je dat zelf gewoon doen.  Voor een gemeenschapsruimte (parkje, plantsoen, pleintje) kan je beter afspraken maken met de gemeente.

De minibiebs vind je ook als boekentil (als bij duiven: ze vliegen in en uit), ruilboekenkastje, little free libraries, ruilbib, boekenasiel, boekenboom, boekenhuisje, boekenbus (naar brievenbus), booksinboxes, straatbib(liotheek), boekenruilcontainer, zwerfbib, leesbox,  letterhuisje.

Ze geven boeken een tweede leven, tot plezier van gever en lener. Geef toe: de meeste boeken die je koopt lees je maar één keer. Wil je ook aan de slag?

Je vindt vaak geschikte kastjes in de Kringwinkel (zelfs bij Ikea). Of timmer zelf iets. Zorg wel voor een goed dak(je) zodat alles droog blijft. Vermijd waterinsijpeling en vocht. Er bestaan (herbruikbare) vochtvretertjes (ook biologische) voor in de auto. Je kan silica zakjes verzamelen die bij veel producten zitten (schoenen, elektronica,..) Of een sok met kattenbakvulling gebruiken.

Best hang of schilder je er wat uitleg op. Bv dat je ook boeken kan ruilen of schenken. Laat daarvoor dan ook ruimte vrij in je Minibieb. Hang een bordje of briefje op met jouw regels. Je kan ontraden of promoten om commentaren en aanbevelingen in een boek te schrijven, al dan niet met naam en datum. Dit kan een boek een hele geschiedenis meegeven.

Mamie Sanne postte een leuk versje dat ze in haar bib hing: Mijn boekenruilkast is een feit. Hier kan je je boeken kwijt. Verveel je je en wil je graag wat lezen! Kies dan eentje uit de deze!

In de Facebookgroep worden tips gegeven om te starten: post het in allerlei groepen van de omgeving (“freecycle”, “gratis” “2dehands” pagina’s, “je bent van *gemeente*”..), flyer bij de buurtbewoners, print een affiche voor in de bib of achter je raam, stuur een persbericht naar lokale krantjes, radio’s en regionale tv. Je kan af en toe een actie doen (openingsreceptie, speciaal thema boekenaanbod (Halloween, Dag van de Aarde, Valentijn, ‘neem een gedicht-potje’ in januari voor de week van de poëzie.…). Of leg er eens een Geocache in. Zo krijg je weer eens andere bezoekers.

Het maakt niet uit of lezers kunnen kiezen uit 100 of 10 boeken. Het idee draait ook niet alleen om boeken. Het heeft ook een sociaal aspect. Een ontmoetingsplekje voor een babbeltje. En een promotie voor het principe van ‘samen delen’ i.p.v. ‘hebben’. (Zoals dat ook met gereedschap e.d zou kunnen.) Daarom heb ik er ook wat andere spullen in: film, tijdschrift, gezelschapsspel.

Een goed idee: een stempel gebruiken tegen het doorverkopen. Er zijn goedkope stempels waarin je zelf losse letters kan zetten. MiniBib en het adres (of gemeente). Die kan je op de binnenkant van de kaft zetten, maar ook op enkele pagina’s en op de zijkant van het boek. (Als het te dun is –zoals een stripverhaal-  buig je de flank wat open.)

De eerste “Little Free Library” werd in 2009 door Tod Boll (Hudson, Wisconsin) gemaakt als eerbetoon aan zijn moeder die lerares was. Hij plaatste een schaalmodel van een klasje vol boeken op een paaltje aan de straat. Nu zijn er wereldwijd al 10.000den kastjes met gratis boeken.

Een teveel aan (gekregen) boeken kan je als  zwerfboek gebruiken voor de boekenjagers. http://www.boeken-jagers.be
Noreen Van de Sompele verzamelt alle locaties op een website, en beheert de FBgroep:
http://users.telenet.be/…/Noreen/Vlaamse_boekenkasten.htm
Ruilboekenkastjes België https://www.facebook.com/groups/1887768128149294/?fref=nf
In Nederland vind je info op www.minibieb.nl

Ondertussen zoek ik ook materiaal voor thema-boekenboxen die op activiteiten gezet worden, deelnemers kunnen ze gratis lenen & lezen. Alle themabijdragen zijn welkom over:
Singles, en relaties
Duurzame energie
Transitie
Circulaire economie
Lokale burgerinitiatieven