Vuur, vrienden, vroentesoep & vrassingen

Gezellig keuvelen rond een open vuur, waarop we samen een grote ketel soep koken van alle groenten en (on)kruiden die je meebrengt. Om 18u30 vertrekt langs het kanaal in Hasselt  een gewone wandeling (ca. 1,5u) en een wildplukwandeling.

Vrassingen: daar mag je eventueel zelf voor zorgen ((akoestische) muziek, animatie, lekkers….)

Potluck: er staat een tafel waarop je meegebrachte hapjes kan delen. We houden alles vegetarisch. Gebruik je doosje ook om resten mee terug te nemen als er te veel zou zijn.

’s Anderendaags, 15/8 is een vrije dag. Iedereen is welkom, uitnodiging gaat vooral naar geïnteresseerden voor Transitie Limburg, Vreucht van eigen bodem en singelvereniging JAG (die hun 25 jarig bestaan vieren).

Graag aanmelden als je komt (op het FB event). Als jij (of een van je gasten) dat niet kan, bezorg dan een berichtje met hoeveel jullie komen. (Kwestie van een grotere of kleinere ketel te voorzien.)

Breng als je wil & kan zelf je eigen spullen mee: zitje (hangmat & steun, vouw- of strand)stoel), bestek en kom (of mok), wat (onbehandeld) brandhout, veilige fakkel, hapje, parasol of -plu.

Water voor soep en afwas is er.

 

Iemand een thee- of koffiepot die in het vuur kan staan?

*Als toponiem verwijst vroen naar vroente, het woord voor ‘een gemene weide’. Het is afgeleid van ‘van de heer’, verlengd met het suffix -te. De oorspronkelijke betekenis van het Middelnederlandse vroonte is dus herenland, en vandaar gemeentegrond, gemene weide.

(Kies je voor) engagement of consument?

Of waar haal jij voldoening uit? Snel en goedkoop kant en klaar spullen verwerven, of zelf iets doén? Ik dacht dat het ook wel aan mij kon liggen: het gevoel dat er steeds minder mensen zich engageren en iets willen doén. Niet alleen maar praten, fantastische ideeën spuien, en uitleggen hoe ze het graag zouden willen. In meerdere verenigingen merk en hoor ik steeds vaker die malaise.

Ook dat er zo weinig jongeren zich engageren. Er zijn er wel, enkelingen. Veel te weinig. Of zoals Steven vanmiddag zei: “Toe ik bij de wereldwinkel begon –járen geleden- was ik de jongste. En nu nog…”

De Singlesvereniging met 400 leden bestaat 25 jaar. Zo weinig animo om iets te doen… Natuurlijk, iedereen wil wel dat er iets gedaan wordt. Een etentje, een dikke fuif, en liefst nog een reeks andere dingen. Meerdere plannen worden heel enthousiast besproken. Enkele ‘doeners’ zijn na de laatste fuif wat voorzichtiger geworden, omdat ze ervaren hebben dat ze zich anders te veel werk op hun hals halen. Dus als na de planningsfase de vraag komt: “Wie gaat dit doén? Wie wil het echt trekken, en wie wil meewerken?” Dan blijft het oorverdovend stil.

In het warenhuis legde de klant voor mij 2 schitterende grote broccoli’s op de band. Hier worden ze nooit ZO groot. Prachtige exemplaren. Helemaal in plastiekfolie verzegeld. Geen spatje vuil. Kant en klaar. De folie er af doen, en bijten maar. Er naast lagen 2 zakjes vacuüm getrokken, geschilde en gekruide krieltjes. Zo willen we het. Zo voelen we ons gelukkig…. Of? Alles kant en klaar, spotgoedkoop, en meteen geleverd. Een muisklik… en binnen de 24 uur komt het er aan, zelfs van de andere kant van de wereld. We hebben alles uitbesteed aan grote bedrijven, en doen niets meer zelf. Leuk, makkelijk en handig. Maar geluk zit niet in vacuüm getrokken en verzegeld zakjes.
Wie met het minste gelukkig kan zijn is echt rijk.

En engagement, daar is werk aan, daar kruipt tijd in. Meer dan Liken of Leuk vinden op Facebook. Het werkt met echtecontacten, met echte mensen. En soms kom je zo ook aan echte vrienden. Niet snel, niet goedkoop, niet kant-en-klaar. Maar het geeft wel voldoening.
Vooruit, we zullen nog maar eens proberen.

(28/7 bij Ambiorix, en 14/8 Vuur-vrienden-vroentesoep-vrassingen langs het kanaal, en 31/8 terrasmeeting Hasselt, en 21/9 Paella, tapas, Chanson d’amour & brain food, en 7/10 Info & doedag + fuif, en 14/10 Festival Retour,… hulp is welkom!)

Schapen maakten ons landschap

Schapen associëren we met heide en Kempen. Potstallen die mest verzamelden om een stukje akker vruchtbaar te maken nog veel meer. Niet terecht. Hoor ik bioloog Eddy, de gids van de Vlaamse Landmaatschappij met kennis van zaken vertellen. Het verkavelde landschap, de evolutie en de begroeiing ervan  zijn een deel van zijn job en vakkennis. Ook in Haspengouw bepaalde de begrazing met schapen 100den (tot 1.000den) jaren geleden hoe ons landschap ontstond en er nu uitziet.

Landbouw door bosontginning of brandcultuur put de grond uit. Na enkele jaren moet er een nieuw stuk ontgonnen worden om weer een redelijke gewasopbrengst te krijgen. De grond wordt arm en zuur. Daarom werden dorpen ongeveer om de 2 generaties verhuisd (shifting villages) om 1 a 2 km verder opnieuw opgebouwd te worden. Pas na het ‘uitvinden’ van het ‘mergelen’ (toevoegen van kalk) was er een remedie voor te zure grond, en bleven dorpen op een vaste locatie. Dat mest als voeding voor de planten de verschralende grond verrijkte is eeuwenoude basiskennis van kringlopen in de natuur.

Mest verzamelen kan met een emmer en een schop. Of makkelijker, door beesten op stal te houden. Maar dan moet je voer aanvoeren. Tenzij je schapen op de juiste manier gaat weiden.
Een schaap eet ca. 1 kg groen per uur. Het spijsverteringsstelsel kan tot 8 kilo voedsel bevatten. De vertering begint pas na het herkauwen. Je kan dus ca. 7 uren met schapen rondtrekken om te grazen, voor ze voedsel beginnen te verteren. Dit doen ze pas als ze rusten, ter plaatse blijven. Niet zolang ze in beweging blijven. Onder die voorwaarde zijn schapen dus ideaal om gronden te verarmen, en tonnen mest per kudde te vergaren en ’s avonds pas op een verzamelpunt terug uit te scheiden.

De ontdekking van dit mechanisme maakte onze landbouw mogelijk, omdat er na de afvoer van veldopbrengsten nood was om vruchtbare stoffen, mineralen ed. terug aan te voeren. Deze kennis heeft West-Europa een enorme voorsprong gegeven op het vlak van landbouw. Ook in Haspengouw werd er met kuddes schapen gegraasd op wegbermen, geoogste velden, in bossen, op moeilijk toegankelijke en natte beemden en beekvalleien.

Zo zorgden schapen door het rondtrekken ook voor de verspreiding van zaden via de grond tussen hun hoeven en zaadjes in hun wol. Dit is o.m. onderzocht door een prof die een jaar lang met zijn fiets door het landschap reed, en telkens het schoongemaakte schapenvel dat hij vervoerde controleerde op zaden.

Het belang van de herder die meestal in gemeenschapsdienst werkte als mestleverancier voor de akkers is in vele dorpen etymologisch nog terug te vinden in straatnamen die we nu vaak niet eens meer begrijpen. De Misweg wordt vaak verondersteld te verwijzen naar de kerk, en de mis. Maar in veel dialecten is het woord voor mis en mest nog steeds gelijkluidend. (Meis – in gezongen Limburgs.)  Waarbij de mest voor ons dagelijks brood veel belangrijker was de mis.

Veel van deze gebruikte wegen ontstonden doordat de herder de schapen ’s morgens snel uit het dorp en door de akkers moest brengen. Zonder hen de kans te geven te ontbijten in de omhaagde tuinen en akkers. Vandaar dat er grote, brede routes vanuit het dorp vertrokken. Bij terugkomst met een volle maag stelde dit probleem zich niet. Bredeweg, of Grote weg zijn nog verwijzingen naar de routes om de kudde snel naar de foerageerplekken te leiden. Ook Herdweg, of Herenweg zijn zo nog te linken aan het herdersvak.

Allicht zijn er nog veel meer plaats- en straatnamen die verwijzen naar het belangrijk gebruik van mest, schapen en herders. Aanvullingen zijn welkom!