Tagarchief: Herkenrode

Kloosterorde holdings

Vooral de locaties waar je anders nooit kan of mag komen zijn een kans die je op Open Monumentendag niet kan laten liggen. Uitzonderlijke was dit jaar het abdissenkwartier opengesteld. Dit classicistische gebouw is het enige gerealiseerde deel van een ontwerp uit 1768 van architect L.B. Dewez voor de kloostersite van de kanunnikessen van het Heilig Graf.

De hele site is groots, de uitzichten weids. Al vanaf de parking. De open ruimte is rustgevend, en neemt je fantasie moeiteloos mee naar lang vervlogen tijden. Ik kan me voorstellen hoe de boerenkarren eerbiedig af en aan reden, en hoe de boeren en knechten met hun diensten en goederen hier hun zielenrust konden kopen bij de nonnen, die zoveel dichter bij de verantwoordelijke voor het laatste Oordeel stonden.

Het gebouw bestaat hoofdzakelijk uit een lange gang, met daarnaast kamers die onderling ook tussendeuren hebben. De indrukwekkende, bijna dubbele verdieping hoge plafonds, de onverslijtbare, eeuwenoude eiken vloeren, het stuc- en schilderwerk op de grote muren, de majestueuze reuzegrote dubbele eiken deuren… het slaat een nederige (on)gelovige met verstomming. Het maakt (niet onbedoeld) een gewone mens klein en onderdanig.

Onbetaalbaar, gaat er door mijn hoofd. Ik zou eens ergens prijs willen vragen om één van die eiken deuren en deurposten te laten maken. Gewoon uit nieuwsgierigheid. De nederige dienaressen van De Heer hebben hier wel goed voor zichzelf gezorgd. Het aardse slijk van pakweg 20 dorpen en enkele stadjes uit die tijd kan onmogelijk voldoende zijn geweest om deze grandeur te bekostigen.

En dan blijkt op de kaarten en plannen die in de gang hangen dat ik me inderdaad in het abdissenkwartier bevind. Dit gebouw was dus enkel bedoeld voor de bazin van de zaak (groen op de kaart). En voor de zuster die haar moest verzorgen. Met onthaalruimten, keuken, volledige onderkeldering met steunzuilen,… Het megalomane gebouw was dus maar een onderdeeltje van het klooster. Daarbij hoorden ook nog siertuinen, koetsenhuizen, kapellen, een kerk, enz.

Het is een ervaring als het bezoeken van een geweldig en indrukwekkend portiershuis. Om daarna vast te stellen dat het grote bedrijf er achter er ook helemaal bij hoort. En vervolgens op de kaarten te zien dat het slechts onderdeel is van het volledige, hectaren grote bedrijventerrein.

Zelfs met gemeenschapsgeld zou dit tegenwoordig amper te bouwen en te onderhouden zijn. Hoe hebben mensen zich generaties lang zo de angst voor het hiernamaals op het lijf kunnen laten jagen om hun hebben en houden te doneren aan de dienaars van de religie? En niet alleen hier in Hasselt, maar op zoveel plaatsen overal ter wereld? Kloosterordes moeten onmetelijk rijk zijn. (Geweest?)

In een overblijfsel van de paardenstallen is een restaurant ingericht. Tijd om te gaan plassen voor ik de pannenoven in Herk ga bezoeken. In ieder urinoir staat een sensor in een spiegelglad chromen Schellplaatje. Het is even wennen om zo op borsthoogte tijdens de kleine boodschap je eigen jongeheer aan het werk te zien. Welke opvolger van L.B. Dewez verzint deze grap?