Vlaai of taart

Soms wil een zelfbenoemde eerder taalliefhebber dan taartliefhebber wel eens liever een stuk taart dan een stuk vlaai. Daarbij mompelend dat taart een correcter en mooier Nederlands woord is dan het regionale, dialectachtige vlaai.
Ik heb al massa’s vlaai gegeten, met veel smaak. Ik kan dus als zelfbenoemd specialist stellen dat taart een Romaans (Frans) woord is, terwijl vla((d)e) Germaanse wortels heeft.
Het gaat dus eigenlijk om een koekje van ander deeg.
Cake is in Engelstalige landen een verzamelnaam voor ‘gebak’ of ‘taart’. In Nederland en België is het één type gebak. In Vlaanderen noemt men het ook  vier-vierden cake, naar het Franse quatre-quarts, waarbij van 4 ingrediënten (ongeveer) evenveel in het beslag gebruikt wordt. Ze worden gebakken als rechthoek, tulband, rond, cupcake,…
Ons Nederlandse koekje lag dan weer goed in de mond om er een Amerikaans cookie van te maken.
Een gâteau is een Franse taart gemaakt vanbloem, boter, suiker en eieren, eventueel versierd met slagroom en/of fruit, gegeten als nagerecht. In Franstalig Zwitserland, is een gâteau ook wel eentourte “.
Een taart is een luchtig baksel  van beslag, meestal rond en plat van boven. Ze is vaak versierd met kleurige ornamenten. Gekend van verjaardag (met kaarsjes), huwelijk,…
Vlaai is een typisch Limburgs gebak. De bodem is een schijf  van met gist gekneed en gerezen deeg dat lijkt op brooddeeg.  Ze krijgt opstaande randen en heeft een diameter van 27 tot 30 centimeter. De vlaai wordt gevuld met vruchten of melkgerechten (rijstpap, vla…)
Vlade (platte koek) zou reeds bij de Germanen gekend zijn:  op een steen gebakken schijven deeg, overgoten en zoet gemaakt met honing of vruchten(sap, moes). Later is de vlaai in de Duitse taal terug te vinden als offerbrood, gebakken in kloosters. Daarna werden gekerstende vlaaien op eerste Paasdag door priester gewijd. Vlaai werd bij feestelijke gelegenheden als kermis en bruiloften gebakken.
In het westelijke Nederlands slaat het woord niet op het volledige gebak, maar alleen op de (zuivel)vulling die ook afzonderlijk als nagerecht gegeten wordt. Vla van vlade, vlaey, vlay is daar een dikvloeibaar melkgerecht,  nagerecht, bereid met melk (eieren en vruchten). In VLAanderen wordt dit dan weer pudding genoemd. (Elders ook custard.) Of, met Franse roots, flan (caramel). Flan werd ook gebruikt voor platte (hartige en zoete) ‘taarten’, vaak ook specifiek voor eiervlade.
Regionaal zijn er typische gebruiken en samenstellingen voor vlaai.
Alle fruitsoorten komen in blokjes, als moes, schijfjes of mengeling  in aanmerking. Appels, pruimen, kersen, krieken, abrikozen. Recent ook met peren. Maar ook kroe(n)selen (stekelbessen, in tal van dialectvormen) of rabarber.
Pudding of rijstepap, kwark of een eierenbeslag zijn ook mogelijk.
Er kan ook een deksel uit dun deeg opgelegd worden. Met gaatjes om stoom door te laten bij het bakken. Of als versiering.  Of reepjes deeg als een latjesraster.
Ook een kruimel afdekking valt vaak in de smaak, een droog mengsel van boter, bloem en (bruine) suiker.
Of schilfers amandel  of chocolade, of gehakte nootjes. Of slagroom natuurlijk. Of combinaties.
Ook platte, ronde bodembedeksels die koeien produceren worden vlaai genoemd.
Misschien komt Vlaanderen wel van vlaaienland. Vlaaideren klinkt ook niet slecht. Dat moet ik bij gelegenheid eens napluizen. Het lijkt me gastronomisch best mogelijk.
Economisch en maatschappelijk ook, maar ondanks onze wafelijzerpolitiek stamt dit misschien eerder uit de hoger gedropte landbouwomschrijving.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *