Tagarchief: recyclage

UpCycling nonsens

Recyclage, dat kennen we (nog onvoldoende). Hergebruik van producten. Of van de grondstoffen die opnieuw voor een ander product kunnen herwerkt worden. Metalen zijn erg goed recycleerbaar, glas en papier ook redelijk.

upcycling1kVan afvalplastics worden nieuwe dingen gemaakt als zitbanken, verkeersremmers, palen enz. Het gemengde materiaal is eigenlijk onzuiver en van mindere kwaliteit dan de originele delen. Daarom wordt deze vorm van hergebruik ook wel downcycling genoemd. Hergebruik met een neerwaarts effect naar telkens minder waardevolle en goede materialen en kwaliteit.

Upcycling is een term die in 1994 werd geïntroduceerd door Reiner Pilz in een interview. In 1999 was UpCycling de titel van een boek van Gunter Pauli en Johannes F. Hartkemeyer. Een goede uitwerking kreeg het in 2002 in ‘Cradle to Cradle: Remaking the Way We Make Things ‘van William McDonough en Michael Braungart (in 2013 opgevolgd door The Upcycle).

Echte upcycling of Cradle to Cradle (C2C) begint bij het ontwerpen van een nieuw product. Dat moet zo geconcipieerd zijn dat alle onderdelen demonteerbaar, herstelbaar en herbruikbaar zijn en na (en tijdens) de productie en het gebruik een meerwaarde worden als nog zuiverder of betere grondstof, of door schone lucht of water te produceren als afvalstoffen.  Upcyclen is vaak technisch wel mogelijk, maar economisch niet rendabel.

upcycling3Tegenwoordig wordt het woord Upcycling gegijzeld en verkracht. Het is onze hand die we voor onze ogen houden om de realiteit niet te zien, om onszelf een vals goed gevoel te geven. Een neologisme of geweten sussende newspeak. Het verdraaien van de waarheid of het mooier doen voorkomen door middel van eufemismen.  Zoals een invasie die vredesmissie wordt genoemd.

Het is krom taalgebruik, dat negatieve feiten een positief vernisje geeft. In dit geval heet het ook greenwash: we noemen alles bio en eco, op de meest bedrieglijke manieren. Hetzelfde product in een verpakking waarvan een (onder)deeltje uit gerecycleerd materiaal bestaat krijgt plots een (vaak zelfbedacht) ecolabel. Dat verkoopt beter. De eco- logica van de eco nomie.

Afgedankte oude spulletjes noemen we, nadat ze (niet te veel!) afgestoft zijn, vintage, waarna ze, met wat romantisch sentiment, duur kunnen verkocht worden. Vind ik dus best wel aanvaardbaar als recyclage.

In de praktijk is upcycling vaak een excuus om wegwerpmateriaal opnieuw te gebruiken. Terwijl we wegwerpspul eigenlijk zouden moeten vermijden. Alles zou herstelbaar, degelijk en herbruikbaar moeten zijn.

Veel upcycling is gewoon flauwe kul. Vroeger noemden we dat in de jeugdbeweging ‘knutselen met waardeloos, corrigeer: kosteloos materiaal’.

SAMSUNG CSCPerfect (her)bruikbare spullen worden onbruikbaar gemaakt en gedegradeerd tot lampenkap en t-licht ornament. Bestek en gerei worden kapstok, vergiet wordt lampenkap. (Misschien was het toch al lek?) Schoteltje en kopje worden kandelaar of luster.

Ze zijn daardoor niet meer bruikbaar voor waar ze het best voor geschikt zijn.  Zonde toch? Als spullen niet meer bruikbaar zijn voor hun oorspronkelijke functie, en ze kunnen ook niet meer hersteld worden, en je maakt er dan iets bruikbaars en nuttigs van, vind ik het wel kunnen.

Autobanden worden (giftige!) speeltuigen?

(Delen van) houten meubeltjes worden geverfd (!) en tijdelijk als iets anders gebruikt (vaas, zitje, kapstok, poppenkast…) Wel vaak mooi en origineel.

Er zijn ook wel leukigheidjes bij: LP als tijdschriften rek, of gebogen tot kom.

upcycling5Lijm gelijk wat aan elkaar, spuit er kleurrijke, glimmende lak op en het is kunst.

Bovendien met een glimlach te verkopen, want het is wereld reddend. Je hebt immer iets dat zou weggegooid worden, (nog) niet weggegooid. (De volgende generatie mag het opruimen.) Je hebt er dan nog milieubelastende stoffen als lijm en lak aan toegevoegd.

Vaak volstaat een likje verf voor schijnheilige ‘upcycling’.

upcycling4kCreatief hergebruik van afgedankte materialen kan erg origineel zijn. Maar het gaat dus eigenlijk meestal om downcycling, hetgeen we voor onszelf goedpraten met krom woordgebruik. Zelfs ons woordgebruik hiervoor is upcycling van recycling, maar eigenlijk downcycling.

Nederlands: opwaarderen van hergebruik, maar eigenlijk degraderen of vernielen.

Gecamoufleerd met modieuze Engelse termen. Greenwashing newspeak.

(Groen kleurende dubbelspraak?)

Weggooien of herstellen

Weggooien bestaat niet. Alleen voor kortzichtige struisvogels die gemakshalve aannemen dat iets ‘weg’ is als ze het zelf niet meer zien. Als peuters die zich verbergen door hun handen voor hun ogen te houden.
Netjes in de vuilbak is ook niet weg. Het Amerikaanse woord voor stortplaats is ‘landfill’. Ook hier werden vroeger moerassige gebieden gevuld met gedumpt afval. Zodat we tegenwoordig aan ‘landfill mining’ en industriële archeologie kunnen doen. Ook bij verbranding komen (giftige) gassen en fijn stof in de atmosfeer, en blijven er assen met mineralen en metalen als reststof over. Niets gaat helemaal weg. De natuur heeft al eeuwenlang een betere oplossing: alle bestanddelen hergebruiken in een eeuwige kringloop.
Ik geloof niet dat weggooien in onze natuur ligt. Als we geld uitgeven aan toestellen willen we dat die lang meegaan. Maar producenten denken daar anders over. Die willen verkopen en blijven verkopen. Ze produceren zo goedkoop mogelijk, en verkopen zo duur mogelijk. Niet zo duurzaam mogelijk. Er zijn talloze voorbeelden van producenten die slijtage inbouwen in hun product. Sneller slijtende kunststoftandwielen, te dunne snoeren, zelfs ingebouwde chips die na een vastgestelde tijd of een aantal afdrukken de printergebruiker doen geloven dat het ding niet meer werkt! Planned Obsolescence noemen ze hun euhhh… ‘economische filosofie’.
Daarnaast worden dingen vaak ook zo gemaakt dat ze moeilijk of niet te herstellen zijn. Kunststof onderdelen worden zo ontworpen en vast geklikt dat ze breken bij het openen. Of vastgelijmd, gerild of gesmolten. Probeer maar eens een transformator te openen. Elektronische componenten worden onbereikbaar ingegoten. Door afwisselend nieuwe apparaten (gsm, computer..) en daarna software te lanceren wordt iedereen meegesleurd in een consumptiespiraal.
Ik ben nog opgevoed door ouders die oorlog en honger hebben meegemaakt. Er werd niets weggegooid. Kleding ging van vader naar zoon, en van groot naar klein. We leerden sokken stoppen en mazen. Met naald, draad en een houten ei in de kous. Het motor jack van mijn vader kreeg nieuwe manchetten en kraag. In een andere, passende stof. Ik heb het nog jaren gedragen. Van afgedankte kleding werden de naden losgetornd en de lappen herbruikt. Zodat mijn broer John op school heel fier kon zeggen: ‘Ik heb een nieuwe broek van ons vader zijn oude jas!’
Wat stuk ging leerden we zelf herstellen. Een blikken speelgoedauto. Een lekke band. Een fietsketting. Een kettingzaag. Ook al kende je er niets van. Proberen maar. Alles zorgvuldig demonteren en schoonmaken. Logisch nadenken. En inderdaad vaak dat ene, legendarische schroefje over hebben. Dus alles nog maar eens over doen. Er waren nog geen handleidingen en schema’s te downloaden. En geen ‘How to…’ filmpjes op You Tube. En geen secondenlijm. Of duct tape.
We herstelden het. Zonder te denken aan de uren tijd die we besteden. Zonder die om te rekenen in geld. Zonder de redenering: nieuw kopen is goedkoper dan herstellen. Van elektronica heb ik geen kaas gegeten. Maar vaak kan Ludo me dan wel helpen. Met meten, testen, begrijpen en herstellen. Het is een andere ingesteldheid. Een uitdaging: het is stuk, maar ik kan uitzoeken wat er mis is, en het in orde maken. En zo’n herstelling van 150 euro is dan vaak gedaan door een componentje van 1,5 euro te vervangen. Zinvol dus, en niet alleen voor autoruiten.
Gelukkig zijn er nog handige Harries en Henriettes die met hun vaardigheden als vrijwilligers in Reapair Café’s ook anderen helpen. Milieubewuste consumenten vinden steeds vaker de weg naar deze initiatieven die vanuit Nederland sinds 2009 de westerse weggooiwereld veroveren. Midden 2013 waren er in België al een 40-tal initiatieven. Een mooi voorbeeld van een burgerinitiatief, een grassrootsbeweging, waarbij niet de beleidsmakers, maar de burgers een ontwikkelingen starten.
Het Repair Café in Kuringen had in april 2014 in Vlaanderen de primeur om als eerste een 3D printer te gebruiken om zelf onvindbare onderdelen te maken.
De (meestal maandelijkse) activiteit wordt vaak gekoppeld aan een Ruil- en weggeefbeurs. Het zijn niet enkel bewuste en duurzame initiatieven, maar ook lokale, sociale buurtactiviteiten.
Op vrijdag 28/11 zal er in De Ploeg in Diepenbeek eentje doorgaan (vanaf 14u).
Voor je eigen omgeving kan je de website (of nl) raadplegen.

PETfles 30x hergebruiken

Regelmatig wijzen alternativo’s via internet op het creatieve hergebruik van talloze wergwerpspullen. Op sociale media circuleren handleidingen en instructievideo’s om er -tig leuke en mooie dingen van te maken. Een van de toppers is de petfles. Wat je er allemaal mee kan doen? Gebruik het als…
Wespenval (1). Een klassieke topper. Bovendeel afsnijden en omgekeerd in het onderste drukken. Zoete vloeistof er in, en het is klaar. Gebruik je de onderdelen afzonderlijk, dan heb je een
Trechter (2) en een
Beker (3) of pot.
Fruitvliegjesval (4): maak iets boven de bodem enkele kleine gaatjes. Giet wat fruitsap op de bodem. Dop dicht. De vervelende (maar ongevaarlijke) vliegjes kunnen er makkelijk in, maar niet meer uit.
Vliegenval (5): idem, met grotere gaatjes, of als een wespenval.
Waterpistool (6): gaatje in de dop. Fles vullen. Dop er op. En drukken maar.
Met een groter gat heb ik dit als garneerspuit (7) gebruikt om buiten voegen tussen tegels met bitumen te vullen.
Waterreservoir (7): experimenteer met de grootte van het gaatje. Zet de gevulde fles op zijn kop naast een plant en laat ze langzaam leeg druppelen.
Fitness halters (8): gewoon flesjes met water vullen. (Iedere dag wat voller.)
Spoelwater beperker (9):  leg een gevulde fles in het spoelwaterreservoir van je toilet. Dat bespaart telkens even veel water. (Eventueel vastmaken, zodat geen bewegende delen geblokkeerd kunnen worden.)
Tuinklok (10): snijd de bodem weg en gebruik het bovendeel om als een mini-kas over een plantje te zetten. Vastzetten met enkele stokjes zodat ze niet wegwaait.
Dooier scheider (11): je breekt eieren in een diep bord, en gebruikt een stevige fles als pipet. Samendrukken, tegen een dooier houden, en laten opzuigen.
Hangpot (12) voor aardbei ed… Snijd een 3-tal grote gaten in het bovendeel.  De onderkant vullen met grond en plantjes. Niet vergeten regelmatig water te geven.
Kweekbakje (13): snij gedeeltelijk de bovenkant (of als je ze liggend gebruikt, de zijkant) open. Grond er in. Zaaien. En terug dicht plooien.
Zakafsluiter (14): knip de hals af. Steek de open zijde van een plastieken zakje er door. Draai de dop er terug op.
Slippers (15) (je dikke teen past in de opening): de foto toont het helemaal.
Voederbakje (16) voor vogels: net boven de bodem enkele zitstokjes door de fles steken. Graantjes er in. En enkele kleine eetopeningen boven de stokjes.
Houder (17) voor watten, plastieken tassen…
Snoepschaaltjes (18), als je allen de bodem gebruikt.
Mollenmolen (19): drijf een stang in de grond (hard materiaal geleidt trillingen beter. Snij beneden 2 C-vormige openingen tegenover elkaar en plooi die vleugels open. Dwars daarop doe je vanboven hetzelfde. Hang de fles over de stang. Door de wind gaat ze draaien, ratelen en trillen. Dat houdt mollen weg. Kan trouwens ook wel met blik ed.
Of maak een mollen verjager door de bodem weg te snijden en de fles met de hals in een mollenpijp te zetten. De fluitende wind verjaagt de mol ook.
Tuinsproeier (20): de fles op een tuinslang monteren, gaatjes er in prikken en water onder druk aanvoeren. (Hoe milieuvriendelijk is dit?)
Zonneboiler (21): maak gaten in de bodem zodat de hals van de ene fles in de bodem van de volgende past. Rijg er een tuinslang door. Leg dit in de zon, en laat er langzaam water door stromen. Het warmt snel op.
Bezem (22): Steek een steel in de hals. Knip de bodem weg. Knip de mantel in reepjes. Voor een goed effect doe je dit met 3 of vier flessen die je in elkaar steekt voor je de steel er in spijkert.
Fietswielspatbord (23): halveer de fles in de lengte.
Zonlichtlamp (24): bevestig een met water gevulde fles door het dak van een donkere ruimte. Goed dicht en vast kitten. Het zonlicht van buiten wordt nu binnen gereflecteerd. Wordt in diverse derde wereldlanden efficiënt benut.
Kunstwerken (25), speelgoedjes (26) en lampenkappen (27) zijn legio toepassingen voor vele knutselaars. Is het recyclage, of uitstel van executie waarbij we nog meer afval maken?
Voor wie het groter ziet zijn er veel combinaties van (veel) flessen mogelijk. Er worden ganse glaswanden mee samengesteld. Afhankelijk van grootte en vorm worden die benut als
Doorzichtig windscherm (28)
Kas of kweekbak (29)
Boot en catamaran (30)
Drijvend eiland (31).  (Richard Sowa bewoont zelfs zijn eigen drijvende eiland met bomen voor de kust van Cancun: https://www.youtube.com/watch?v=Cvn9l1pJ3-A.)
Of dit allemaal verantwoorde recyclage methoden zijn? Ik heb mijn bedenkingen door o.m. het gebruik van lijmen en verf. Die later ook nog eens, samen met het plastic, in ons milieu terecht komen.
Een waterflesje dat je hervult, is een perfect hergebruik (32).
Het kan bacteriën bevatten, maar die doen meestal geen kwaad. Het zijn je eigen bacteriën.  Daarvan zitten er miljoenen op je handen. En miljarden tussen je tanden.
Bewaar water koel en donker, dan blijft het lang bruikbaar. Als je smaakmakers (thee, siroop) toevoegt treedt sneller bederf op. Zie je vlokken of schimmel in het water of op de wand, dan is het tijd om de fles op te ruimen. (Met heet water wassen en spoelen is geen goed idee. Het kan de samenstelling van het materiaal veranderen. En dat kan je zelfs proeven.)
PET staat voor Poly EthyleenTereftalaat en is een polyester. een door verhitting gemakkelijk is te vormen kunststof. PET is volledig recyclebaar, mits extra bewerking voor het behoud van eigenschappen. PET is erg sterk, chemisch stabiel, een goede elektrische isolator en laat geen gas en reukstoffen door. PET flessen worden in Nederland via het statiegeld systeem ingezameld.
27 flessen = 1 Fleece trui
Industrieel gemaakte producten moeten eigenlijk ook industrieel gerecycleerd worden (glas, papier).
Artisanaal hergebruiken vind ik een beetje fake.

De producent heeft de plicht een duurzaam goed te maken, en zijn afval terug in te zamelen en te hergebruiken. We moeten van dit kleinschalig vervuilend fleecewollensokken geknutsel, naar vooraf -voor de productie-goed doordacht design, van cardle to cradle, van hobby hergebruik naar upcycling. 

Plastiek, zelfs in de kleinste fracties (micro-plastics) blijven een bedreiging voor milieu, mens en ecosystemen.