Tagarchief: hazen kweken

Zelf hazen kweken

hazenkwekerHet schijnt een moeilijke klus te zijn, waarover weinig informatie te vinden is. Toen ik de titel op een oud tijdschrift (De Jachthoorn, sept. 1983) zag staan heb ik het meegenomen en bewaard. Ene Vital Schreurs vertelt er over zijn hobby. (Voorheen kweekte hij fazanten en patrijzen.)

Voor zijn hazen maakte hij draadhokken van 160 x 160 cm, met mazen van 2x2cm. Die moeten keutels, maar geen poten doorlaten. De zijkanten werden dicht, als afscherming voor elkaar. (Ik veronderstel dat de mannetjes, net als konijnen, elkaar fel kunnen bevechten.) De achterste helft werd in 3 gelijke hokken verdeeld, moer en rammelaar kregen er ieder een met een afgeronde opening van 25 cm hoog en 15 cm breed. De lampreien (jongen) kregen een vluchthok met een kleine opening, waardoor de ouders niet binnen kunnen. In de hokken ligt een plaat als dichte vloer op de draad.
Hazen leven meestal alleen. Ze komen alleen samen om te paren.

haasenkonijnWater kregen ze via een omgekeerde fles in een drinkbakje, korrelvoer in een gelijkaardig eetbakje.
Voorkeuren op het hazenmenu waren brem, droog brood, soms wat maïs en biet.
Van veel kool werd het mest vettig, en van teveel klaver werd het plat.
Erwtenloof, loof en wortels van witlof en schorseneer vinden ze ook snoepjes. Selderij eten ze alleen als die eerst in zaad doorgeschoten is.
Ook meidoornhaag is lekker. En (zoete) appels (geen boskoop). En ze krijgen volop grassen en graan(aren).
Ze eten paardenbloemen, maar nooit de melkachtige stengel of de bloem.
‘En in tegenstelling tot wat beweerd wordt, eten hazen ook in volle dag.’

Ook kregen ze takken om te knagen, om de tanden op lengte te houden. Liefst wilg en fruithout (behalve kersen en pruimen, daarvan lusten ze zelfs de groene bladeren niet).
Wat ze niet zo lusten: droog hooi, blad van bloemkool.

hazenparenDe eerste worp mag rond februari verwacht worden, de laatste in september (tenzij je werkt met kunstlicht). ’Meestal worden er twee jongen geworpen, soms meer, en dan is het opvallend dat ze de gekende lichtvlek tussen de ogen hebben.’
‘Ik heb het meegemaakt dat het zogen gedurende vijf volle weken doorging, en pas dan werden ze afgestoten. Tien dagen later werden nieuwe jongen geworpen.’
(Een dracht duurt ca. 42 dagen, maar ondertussen kan de rammelaar de moer nog bevruchten.)